Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/4.3.5
4.3.5 Afstand van het recht op een openbare behandeling
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS304881:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 23 juni 1981, Le Compte, Van Leuven en De Meyere, serie A, vol 43; EHRM 10 februari 1983, Albert en Le Compte, serie A, vol 58; EHRM 21 februari 1990, Hákansson en Sturesson, serie A, vol 171-a en EHRM 24 juni 1993, Schuler-Zgraggen, serie A, vol 263.
Zie de betreffende uitspraak, § 67. Zie tevens EHRM 24 juni 1993, Schuler-Zgraggen, serie A, vol 263, § 58.
HR 26 juni 1981, NJ 1982, 450 en HR 20 mei 1988, NJ 1989, 676 (EAA). Zie voor een medische tuchtzaak HR 15 november 1996, NJ 1997, 275 (FCB van Wijmen); de Hoge Raad achtte daarbij van belang dat de betreffende arts op de terechtzitting door een rechtsgeleerde raadsman werd bijgestaan en aldus om een openbare behandeling kunnen (doen) verzoeken. Door dat niet te (laten) doen werd er weliswaar stilzwijgend, maar niettemin ondubbelzinnig van de aanspraak op openbare behandeling afstand gedaan. Annotator Van Wijmen is het met deze redenering niet eens omdat de medische tuchtregels niet van de mogelijkheid van een verzoek om openbaarheid gewag maken en het dus niet logisch was dat daarom verzocht werd.
In zijn noot onder HR 20 mei 1988, NJ 1989, 676.
Volgens het Europees Hof 1 kan door een partij, mits vrijwillig en op duidelijke wijze, van de openbaarheid afstand worden gedaan. Die afstand kan ofwel uitdrukkelijk ofwel impliciet worden gedaan. Het Hof legt evenwel een beperking aan ten aanzien van de mogelijkheid afstand te doen van openbaarheid: enig belangrijk publiek belang kan zich tegen afstand van openbaarheid verzetten. In de zaak Håkansson en Sturesson komen de vermelde voorwaarden in § 66 kort en bondig naar voren:
'The public character of court hearings constitutes a fundamental principle enshrined in paragraph 1 of Aaide 6. Admittedly neither the letter nor the spirit of this provision prevents a person from waiving of his own free will, either expressly or tacitly, the entitlement to have his case heard in public
However, a waiver must be made in an unequivocal manner and must not run counter to any important public interest.'
Drie aspecten verdienen bespreking: wat moet onder een impliciete afstand van openbaarheid verstaan worden, is afstand door één der partijen voldoende voor een afwijking van de openbaarheid (of is daarvoor afstand van beide partijen nodig), en wanneer beletten openbare belangen een afstand door partijen?
Het Hof geeft in de zaak Håkansson en Sturesson aan wat het onder een impliciete afstand verstaat: indien van partijen verwacht kan worden dat zij, indien zij openbaarheid wensen, daarom zouden verzoeken (zoals dat voor de hand zou liggen bij een uitsluiting van openbaarheid voor een bijzondere categorie van zaken, die zich i.c. onder het Zweedse recht voordeed) en zulks vervolgens nalaten, dan worden zij geacht afstand van hun recht op openbaarheid te hebben gedaan.2 De opvatting van het Hof strookt met de jurisprudentie van de Hoge Raad.3
De tweede vraag wordt beantwoord door Alkema:4 de medewerking van beide partijen is nodig voor afstand. 'Eerder (NJ 1987, 314, noot § 4) wees ik er al op, dat het recht op een openbare behandeling niet slechts één maar alle partijen in een proces voor de burgerlijke rechter toekomt en dat buitendien het algemeen belang van een goede rechtspleging met openbaarheid gediend kan zijn. Afzien van het recht op openbaarheid door één van partijen rechtvaardigt daarom nog niet de sluiting van de deuren', zo constateert hij terecht. Zoals ik hierboven al aangaf, kan zelfs een verzoek daartoe van beide partijen niet voldoende zijn.
Wat ten slotte onder openbare belangen verstaan moet worden laat het Europees Hof in het midden. Men zou hierbij kunnen denken aan gevallen die zo zeer de openbare orde raken en waarbij zo velen betrokken (kunnen) zijn, dat aan publiek en pers kennisname van de civiele procedure niet onthouden mag worden. Dat kan al snel zo zijn bij politiek gevoelige overheidsbesluiten die voorwerp van een civiele procedure zijn: de overheid is bijvoorbeeld voornemens kruisraketten op eigen grondgebied te plaatsen of wenst nucleair afval op eigen bodem te dumpen.