Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VI.2.4
VI.2.4 De behandeling met open deuren
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS378572:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Rapport Cie Vennootschapsrecht (1975), p. 12. De RMK achtte ook voldoende grond aanwezig voor een behandeling achter gesloten deuren, nu het ging om interne geschillen binnen de BV, zie Advies RMK (1976), p. 13. Slagter sloot zich bij deze gedachte aan. 'Van openbaarheid zouden niet de baliekluivers en de pers maar de concurrenten profiteren', dacht hij. Zie Slagter (1976), p. 120; zie ook Slagter (1984), p. 31, waar hij zijn voorkeur voor gesloten deuren herhaalde.
Kamerstukken 18 905, nr. 3 (MvT), p. 14 en p. 29. De behandeling met gesloten deuren is bij de jaarrekeningprocedure vervat in art. 2:450 lid 1 BW.
Kamerstukken 26 885, nr. 3 (MvT), p. 57-58. Zie ook Losbl. Rv. (Wesseling-van Gent), art. 27, aant. 5(2008). Zie over het beginsel van openbaarheid: Snijders, Klaassen en Meijer (2007), nr. 39.
De rechter kan derhalve alsnog de behandeling met gesloten deuren bevelen, zie art. 27 lid 1 sub c Rv. Ook kunnen alle partijen afstand doen van het recht op public hearing, zie EHRM 23 juni 1981, NJ 1982, 603 en instemmend P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, Opening van zaken, TvCR 2002/1, p. 9. Zie voor een (afgewezen) verzoek van de behandeling met gesloten deuren in een enquêteprocedure: OK 5 november 2009, JOR 2010/10 (TESN).
Niet alleen het aantal feitelijke instanties hield de Commissie Vennootschapsrecht in 1975 verdeeld. De behandeling met gesloten deuren zaaide eveneens tweedracht. Een meerderheid bepleitte een besloten zitting. Mogelijk kwamen er onderwerpen aan de orde die, eenmaal in de openbaarheid, het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming, ernstig zouden schaden. De overige leden waren echter van oordeel dat de openbaarheid van de rechtspraak een zo fundamentele regel in de rechtsstaat is en voor de geschillenregeling handhaving behoefde. De omstandigheid dat sprake was van beweerd wangedrag was een onvoldoende motief om dit beginsel terzijde te stellen. Zij wezen op ander procedures jegens een vennootschap waarbij openbaarmaking nadelig zou kunnen zijn, zoals een vordering op grond van onrechtmatige gedraging van de vennootschap. Gevoelige zaken konden ook in zo'n procedure naar buiten komen, maar waren evenmin aanleiding de deuren gesloten te houden.1
De meerderheid van de Commissie Vennootschapsrecht sloot zich een decennium later bij de eerder geuite minderheidsgedachte aan. Slechts een minderheid bleef voorkeur geven aan de behandeling met gesloten deuren. Zij maakte de vergelijking met de rechtspleging inzake de jaarrekening en het enquêterecht. Het wetsvoorstel uit 1984 ging in navolging van de meerderheid van de Commissie Vennootschapsrecht ook uit van een openbare behandeling, zoals gebruikelijk bij een dagvaardingsprocedure.2
De openbaarheid van de terechtzitting is een in art. 6 EVRM opgenomen fundamenteel grondbeginsel van rechtspraak. Het beginsel met de in het verdrag geformuleerde uitzonderingen is eveneens terug te vinden in art. 27 Rv. De door de Commissie Vennootschapsrecht voorgestelde uitzondering zou vallen onder art. 27 lid 1 sub c Rv. Onder de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen valt eveneens de privacy van de rechtspersoon. Het in de openbaarheid komen van vertrouwelijke bedrijfsgegevens wordt zo voorkomen.3
Mijns inziens is het inderdaad niet nodig wettelijk vast te leggen dat de procedure met gesloten deuren plaatsvindt. Indien één van de partijen of de vennootschap van mening is dat de privacy van de aandeelhouders of de vennootschap in het geding is, kan zij voorstellen dat de behandeling van de vordering tot uitstoting of uittreding in beslotenheid plaatsvindt.4