Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/6.7.4
6.7.4 De toegang tot NEN-EN ISO-normen
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS610642:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
https://www.nen.nl/Over-NEN.htm (29 november 2016). Interessant genoeg overigens, werd mij op een e-mailverzoek tot inzage in NEN-normen medegedeeld dat ik de normen eventueel wél per hand mocht komen overschrijven, het ter plaatse maken van een fotokopie was overigens dan wel weer uitgesloten.
Bijvoorbeeld artikel 40 en 45 Verordening (EU) 600/2012.
Zie bijla e IV Verordenin (EU) 1025/2012
Bijvoorbeeld Turkije en Zwitserland. Zie voor een compleet overzicht van CEN-leden: http://standards.cen.eu/dyn/www/f?p=CENWEB: 5 (29 november 2016).
https://www.nen.nl/Over-NEN.htm (29 november 2016).
Idem. Interessant om op te merken is dat de ISO’s waarop de EN-ISO-normen zijn gebaseerd veelal wel toegankelijk zijn via law.resource.org, dankzij de Indiase autoriteiten die hun geharmoniseerde normen wel kosteloos ter beschikking stellen. Wat betreft ISO 14065, is alleen de (oudere) versie uit 2007 beschikbaar. Wat betreft ISO/IEC 17011 is de versie uit 2004 beschikbaar (dit is de versie waar EN-ISO/IEC 17011:2004 op is gebaseerd). Bij beide documenten is door het Bureau of Indian Standards aangegeven dat de inhoud van de Indiase standaard identiek is aan de corresponderende ISO-norm waarop het is gebaseerd. Door diegenen die dus een idee willen hebben over de inhoud van de in dit proefschrift en in de EU-wetgeving genoemde EN-ISO-normen, maar niet naar Delft wensen af te reizen voor een kosteloze inzage, kan deze website worden geraadpleegd.
Artikel 42 lid 1 Verordening (EU) 601/2012 verwijst ook naar EN-normen die niet zijn gebaseerd op ISO en IEC-normen, waarbij het echter het gebruik van ISO en andere normen toestaat als er geen geschikte EN-norm bestaat. Het artikel luidt als volgt: ‘Alle metingen worden verricht met toepassing van methoden gebaseerd op EN 14181 [..], EN 15259 [...], en andere toepasselijke EN-normen.Indien geen EN-normen beschikbaar zijn, worden de methoden gebaseerd op passende ISO-normen, normen die zijn gepubliceerd door de Commissie of nationale normen.Indien geen toepasselijke gepubliceerde normen bestaan, worden passende ontwerpnormen, richtsnoeren voor de beste industriële praktijk of andere wetenschappelijk bewezen methoden gebruikt, die bemonsterings- en meetfouten beperken.’
Artikel 2 lid 1 jo artikel 10 Verordening (EU) 1025/2010.
Artikel 10 Verordening (EU) 1025/2010 jo Mededeling van de Commissie, PB EU 2016/C 293/06.
Zie o.a. HvJ EG 11 december 2007, C-161/06 (Skoma-Lux), r.o. 32-51 en HvJ EG 10 maart 2009, C‑345/06 (Heinrich), r.o. 41-63. Zie ook Edward & Lane 2013, p. 340.
HR 22 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW0393, r.o. 3.7 en 3.8. Zo ook: ABRvS 2 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2750, r.o. 2.4.4.
ABRvS 2 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2750, r.o. 2.4.5 en 2.4.6. In gelijke zin: CBb 3 april 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW2472.
Peters 2013. Zie ook: Peters 2012.
Bijvoorbeeld: Neerhof 2011a, Neerhof 2011b, De Haan 2011, Sillen 2012 en Van Gestel 2014. Zie nog van voor het arrest van de HR en de uitspraak van de Afdeling: Van Gestel 2009 en Elferink 1998.
CBb 3 april 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW2472.
Idem, r.o. 5.2.2.
Immers, de EU-regelgeving is niet bindend voordat die is gepubliceerd (zie o.a. HvJ EG 11 december 2007, C-161/06 (Skoma-Lux), r.o. 32-51 en HvJ EG 10 maart 2009, C‑345/06 (Heinrich), r.o. 41-63. Zie ook Edward & Lane 2013, p. 340).
Zie hierover meer uitgebreid: Thurlings 2016c.
In het volgende hoofdstuk komt het belang van NEN-EN ISO-normen aan bod in het kader van de monitoring en verificatie van emissies. Deze normen kunnen kosteloos worden ingezien bij het NEN-instituut in Den Haag. Ook kan voor een (relatief aanzienlijke) vergoeding een kopie van een NEN-norm worden verkregen.1 Hier zij kort uitgewerkt hoe EN-ISO normen op EU-niveau tot stand komen en op welke wijze de normen voor het publiek toegankelijk worden gemaakt. Dit zijn de normen die vervolgens door het NEN-instituut in Nederland worden uitgegeven.
Met betrekking tot Verordening (EU) 600/212 worden de EN-ISO-normen als volgt vastgesteld. Sommige artikelen van die verordening verwijzen naar een geharmoniseerde norm als vermeld in bijlage II of bijlage III voor respectievelijk verificatie en accreditatieactiviteiten.2 Deze bijlagen verwijzen vervolgens naar Verordening (EG) 765/2008. Artikel 2 lid 9 Verordening (EG) 765/ 2008 bepaalt dat een geharmoniseerde norm, een norm is die, op grond van een door de Commissie ingediend verzoek, overeenkomstig artikel 6 Richtlijn 98/34/EG is vastgesteld door een van de in bijlage I bij die richtlijn genoemde Europese normalisatie-instellingen. Deze normalisatie-instellingen zijn de CEN, Cenelec en ETSI.3 Voor zover het Europese normalisatie betreft, is Richtlijn 98/34/EG echter inmiddels ingetrokken. De toepasselijke regeling is nu te vinden in Verordening (EU) 1025/2012. Bijlage I Richtlijn 98/34/EG is inmiddels vervangen door bijlage I bij Verordening (EU) 1025/2012. 4Hoewel er geen duidelijke verwijzing is opgenomen in de concordantietabel met betrekking tot de vraag hoe een verwijzing naar artikel 6 Richtlijn 98/34/EG moet worden gelezen (het relevante deel van dit artikel dat over normalisatie ging is simpelweg geschrapt), zal de oplettende lezer zien dat voor de normalisatie van normen nu artikel 10 Verordening (EU) 1025/2012 van toepassing is. In deze bepaling is opgenomen dat de Commissie, binnen de grenzen van haar Verdragsrechtelijke bevoegdheden, een normalisatie-instelling kan verzoeken een Europese norm op te stellen. Op grond van dit artikel kan de Commissie dus de CEN (het hier relevante insti- tuut, het stelt namelijk de EN-ISO normen op) tot de normalisatie van normen verzoeken. Het CEN is echter een overkoepelend instituut van nationale normalisatie-instellingen, waar ook instellingen van niet-EU en zelfs niet-EER landen deel van uitmaken.5 Deze normalisatie-instellingen zijn bovendien, althans wat het Nederlandse NEN betreft, geen publieke instellingen.6 De EN ISO-normen kunnen bovendien alleen kosteloos worden ingezien, in ieder geval voor wat betreft het NEN-instituut, bij de nationale normalisatie-instellingen. Wie er een afdruk van wil, dient hiervoor te betalen.7
In Verordening (EU) 601/2012 verwijzen de artikelen 34 en 42 expliciet naar de toepasselijke EN ISO en EN ISO/IEC-normen, zonder overigens een specifiek referentiejaar of verwijzing naar Verordening (EU) 1025/2012.8 Uit Punt 8 van de considerans van Verordening (EU) 601/2012 is echter af te leiden dat het om geharmoniseerde normen gaat, en dus is artikel 10 van Verordening (EU) 1025/2012 van toepassing.9 Dit betekent dat op dit moment EN ISO/IEC 17025:2005 en EN ISO 9001:2015 van toepassing zijn.10
De wijze van totstandkoming en de beperkte inzage mogelijkheid van NEN-normen en EN-ISO-normen wringen met artikel 297 VwEU en het daarmee samenhangende rechtszekerheidsbeginsel. In beginsel is publicatie van regelgeving noodzakelijk, wil deze in werking treden.11 Wat betreft de bekendmaking en het auteursrecht dat op NEN-normen rust, is er in Nederland de nodige discussie over het nationaal recht geweest betreffende de toegankelijkheid en verbindendheid van de normen. In de nationale rechtspraak wordt het gebruik van NEN-normen middels verwijzingen in nationale regelgeving evenwel toegestaan. De Hoge Raad oordeelde in zijn arrest van 22 juni 2012 dat NEN-normen niet van een orgaan afkomstig zijn dat op grond van de wet bevoegd is regelgeving tot stand te brengen. Derhalve valt deze regelgeving niet onder de bekendmakingsverplichting van artikel 89 lid 4 Gw en artikelen 3 en 4 Bekendmakingswet. Dat een algemeen verbindend voorschrift naar NEN-normen verwijst maakt dit niet anders.12 De Afdeling neemt daarbij het standpunt in dat de NEN-normen waarnaar wordt verwezen wel voldoende kenbaar moeten zijn, maar dat dit ook wordt gerealiseerd door de kosteloze terinzagelegging.13 Peters vat de bestuursrechtelijke en civielrechtelijke jurisprudentielijn mooi samen:
‘de NEN-normen leveren geen algemeen verbindende voorschriften op omdat ze door een privaatrechtelijke organisatie zonder regelgevende bevoegdheid zijn uitgevaardigd en vallen daarmee niet onder het bereik van de Bekendmakingswet. De hoogste bestuursrechters dienden daarnaast nog de verbindendheid van de NEN-normen veilig te stellen en kwamen met de toverformule dat NEN-normen dan weliswaar geen algemeen verbindende voorschriften zijn maar wel naar buiten werkende, de burgers bindende regels opleveren, waarvan de kenbaarheid verzekerd dient te zijn.’14
Deze rechtspraak is aan de nodige discussie onderhevig.15 Van belang is dat zowel in het arrest van de Hoge Raad, als in de uitspraak van de Afdeling, de Woningwet toeliet dat in het Bouwbesluit en de Regeling Bouwbesluit, waar het in die zaken over ging, werd verwezen naar privaatrechtelijke normen.16 In een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven betrof het een regeling die was gebaseerd op artikel 3.42 Wet inkomstenbelasting 2001.17 Die wet stond niet expliciet de verwijzing naar privaatrechtelijke normen toe. Het CBb heeft in haar uitspraak hier geen aandacht aan besteed en voor het overige de lijn van de Afdeling gevolgd: de private normen zijn zelf geen algemeen verbindende voorschriften. Bekendmaking overeenkomstig artikel 89 lid 4 Gw en artikelen 3 en 4 Bekendmakingswet is dan ook niet nodig. Echter aangezien in de Uitvoeringsregeling (= ministeriële regeling) wel naar deze norm wordt verwezen, is ‘die norm een naar buiten werkende, de burgers bindende regel [...] waarvan de kenbaarheid verzekerd dient te zijn’. 18De kous lijkt daarmee naar nationaal recht af. NEN-normen zijn kennelijk ook bindend wanneer hiernaar wordt verwezen in lagere regelgeving zonder dat hiervoor een expliciet wettelijke grondslag bestaat.
Op EU-niveau is, althans in de literatuur, het gebruik van EN-ISO normen in EU-regelgeving veel minder controversieel. Desalniettemin kan ook hier de vraag worden gesteld of door de opneming van die normen in EU-regelgeving, waarmee die normen een bindend karakter krijgen, die normen aan de bekendmakingsvereisten van artikel 297 VwEU moeten voldoen.19 In dat geval zou de inhoud deze normen in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend moeten worden gemaakt. Het Hof heeft deze kwestie nog niet voorgelegd gekregen. Wanneer deze vraag zich in een nationale procedure mocht voordoen, zal de hoogste nationale rechter hier mijns inziens in ieder geval een prejudiciële vraag over moeten stellen. Daarbij zou het Hof een soortgelijke redenering als de Nederlandse rechters kunnen aanhouden. 20
Mijns inziens is het, in lijn met de opvatting van Neerhof over de verwijzing naar NEN-normen in Nederlandse regelgeving, vanuit dogmatisch oogpunt onbevredigend om ‘een categorie publiekrechtelijk geldende normen [te hebben] die geen [officiële EU-handelingen] zijn en juridisch lastig te duiden zijn’.21 Het verdient derhalve aanbeveling de normen waarnaar wordt verwezen onder de werking van artikel 297 VwEU te scharen, zodat de inhoud van deze normen in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend moeten worden gemaakt.