De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/10.1:10.1 Inleiding
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/10.1
10.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS373449:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Advocaat-Generaal (A-G) bij het ressortsparket kan op grond van art. 2:345 lid 2 BW een enquêteverzoek indienen om redenen van openbaar belang. Art. 2:355 lid 1 BW geeft de A-G tevens de bevoegdheid om voorzieningen na wanbeleid te verzoeken om redenen van openbaar belang. De aanwezigheid van een openbaar belang is een ontvankelijkheidsvereiste voor een enquête- of wanbeleidverzoek. In § 10.5 bespreek ik wanneer sprake is van een openbaar belang. Over de al dan niet beperkende werking van het begrip openbaar belang is met name in de wetsgeschiedenis veel van doen geweest (§ 10.5.2). Aan de hand van die wetsgeschiedenis en de rechtspraak definieer ik wanneer een openbaar belang in het geding kan zijn (§ 10.5.5).
De A-G maakt tot op heden zelden gebruik van de enquêtebevoegdheid. De mogelijke oorzaken voor de terughoudende opstelling van de A-G in het enquêterecht staan in § 10.6 centraal. In dat kader onderzoek ik of het opportuniteitsbeginsel geldt bij een optreden van de A-G in het enquêterecht, en zo ja, wat daarvan de gevolgen zijn (§ 10.7). In § 10.8 kom ik tot een aantal aanbevelingen om een actievere opstelling van de A-G naar geldend recht te bewerkstelligen. Ik sluit af met een alternatieve gedachte over de enquêtebevoegdheid om redenen van openbaar belang (§ 10.9). De langdurige inactiviteit van de A-G in het enquêterecht roept bijvoorbeeld de vraag op of de enquêtebevoegdheid niet beter overgeheveld kan worden naar een andere instantie.