Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.3.5:II.3.5 Conclusie
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.3.5
II.3.5 Conclusie
Documentgegevens:
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS585976:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Stone Sweet 2003, p. 2771-2778, die soortgelijke overeenkomsten constateert.
Het omgekeerde geldt uiteraard ook: als derden krachtens procesrecht aan toetsingsuitspraken rechten kunnen ontlenen, zorgt een sterk geïndividualiseerde wijze van toetsing ervoor dat die derdenwerking feitelijk te niet wordt gedaan. De uitspraken van het Duitse Bundesverfassungsgericht, besproken in paragraaf 3.3.2.2, zijn voorbeelden van zulke toetsingsuitspraken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Amerikaanse federale rechter, het Duitse Bundesverfassungsgericht en de Nederlandse rechter toetsen alle drie zowel de rechtmatigheid van het voorschrift zelf als de rechtmatigheid van zijn toepassing. In de Verenigde Staten, en in mindere mate in Nederland, geniet toetsing van de toepassing van een voorschrift de voorkeur. In de Duitse doctrine daarentegen is men van oordeel, dat toetsing van het wettelijk voorschrift zelf door het Bundesverfassungsgericht het meest wenselijk is.
Alle drie de rechters rekenen soms de onrechtmatigheid van een toepassing van een voorschrift toe aan een deel van het voorschrift zelf. Dat geldt ook voor het geval, dat een deel van een voorschrift onrechtmatig is. Ook dan kan die onrechtmatigheid de rest van het voorschrift in zijn val meeslepen.1
Als gevolg van het feit, dat de genoemde rechters ook wettelijke voorschriften zelf toetsen en omdat zij soms beslissen, dat een onrechtmatige toepassing of een onrechtmatig deel van een voorschrift leidt tot de onrechtmatigheid van het gehele voorschrift, zijn hun toetsingsuitspraken niet altijd sterk geïndividualiseerd, zodat zij een ruimer toepassingsbereik kunnen hebben dan alleen het berechte geval.
Of die meer abstract geformuleerde toetsingsuitspraken ook daadwerkelijk rechten geven aan derden, is echter niet afhankelijk van de wijze waarop de toetsingsuitspraak is gemotiveerd, maar van het toepasselijke procesrecht.2 Dit procesrecht behandel ik in het volgende hoofdstuk.