De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/4.1:4.1 Inleiding
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS385066:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. De Bruijn 2004, p. 217, Smid 2002, p. 8, Ten Voorde 2006, p. 67, Ten Voorde 2007, onder 3.3.2.
Slagter/Assink 2013 (Deel 1), nr. 21.
Van Olffen 2002, p. 103-104.
Ten Voorde 2007, onder 3.3.2.
Nethe 2008, p. 283-285.
Nethe 2013-1, p. 798-802.
Zie noot Nethe onder Hof ’s-Gravenhage 6 september 2012, JOR 2013/217 m.nt. Nethe.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
‘Turboliquidatie’ is de betiteling van de wijze van ontbinding van een rechtspersoon zoals vastgelegd in artikel 2:19 lid 4 BW.1 De tekst van dit artikellid luidt als volgt:
‘Indien de rechtspersoon op het tijdstip van zijn ontbinding geen baten meer heeft, houdt hij alsdan op te bestaan. In dat geval doet het bestuur, of bij toepassing van artikel 19a, de Kamer van Koophandel en Fabrieken, daarvan opgaaf aan de registers waar de rechtspersoon is ingeschreven.’
Kroeze omschrijft de turboliquidatie als volgt:
‘In de praktijk heeft zich de zgn. turboliquidatie ontwikkeld. Bij een turboliquidatierondt het bestuur de vereffening feitelijk af voordat het daartoe bevoegde orgaan hetontbindingsbesluit neemt. Turboliquidatie is ontbinding zonder (formele) vereffening.’2
Assink omschrijft de turboliquidatie op vergelijkbare wijze als Kroeze:
‘feitelijke vereffening door – het bestuur van – de rechtspersoon direct voorafgaand aan ontbinding van de rechtspersoon, resulterend in het ontbreken van baten op het ná de fase van feitelijke vereffening gelegen tijdstip van ontbinding op de voet van art. 2:19 lid 1 sub a BW.’3
Het voornaamste verschil met de ‘reguliere’ wijze van ontbinding is dat bij de turboliquidatie na het ontbindingsbesluit, genomen door de algemene vergadering ex artikel 2:19 lid 1 sub a BW, geen vereffeningsprocedure plaatsvindt. Dit is een logisch gevolg van artikel 2:19 lid 4 BW, waarin is bepaald dat geen baten meer mogen bestaan op het moment van ontbinding van een BV. De reden waarom een turboliquidatie – als ontbindingswijze van een rechtspersoon – vaak wordt geadviseerd door accountants, advocaten en fiscalisten, is vooral gelegen in het feit dat geen vereffeningsprocedure plaatsvindt. Hierdoor wordt de turboliquidatie als snelle en goedkope ontbindingswijze van een BV gezien.
In geval van BV’s worden in het overgrote deel van de gevallen ruim voorafgaand aan de ontbinding de activiteiten gestaakt of overgedragen.4 De wettelijke regeling inzake vereffening, waarbij rekening en verantwoording dient te worden afgelegd, een plan van verdeling dient te worden opgesteld, een publicatie in een landelijk verspreid dagblad dient plaats te vinden en de mogelijkheid bestaat dat verzet wordt aangetekend, wordt in dergelijke gevallen gezien als bezwarend. Deze vereisten worden mede als zwaar bevonden in verhouding tot het gemak waarmee BV’s – zeker na de invoering van de Wet Flex-BV – kunnen worden opgericht.5 Dit vormt dan ook de reden waarom in dergelijke gevallen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot ontbinding zonder vereffening ex artikel 2:19 lid 4 BW.
Dat in de praktijk veelvuldig voor deze wijze van ontbinding van een BV wordt gekozen, blijkt uit door de Kamer van Koophandel gehouden steekproeven. Hieruit bleek dat in 2007 tweederde van de, krachtens een besluit van de algemene vergadering ontbonden BV’s, direct ophielden te bestaan ingevolge artikel 2:19 lid 4 BW.6 In 2012 vond 85 tot 90% van de ontbindingen van rechtspersonen plaats door middel van turboliquidatie, hetgeen bij ruim 24.000 genomen ontbindingsbesluiten neerkwam op ruim 20.000 turboliquidaties in dat jaar.7 Ten aanzien van BV’s bleek dat ruim driekwart van de, krachtens een besluit van de algemene vergadering ontbonden BV’s, direct ophield te bestaan in dat jaar.8
Teneinde antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen9 is een algemeen overzicht betreffende de turboliquidatie alsmede de procedure ervan vereist. Dit hoofdstuk vangt aan met een beknopt wetshistorisch overzicht (paragraaf 4.2). Vervolgens worden in paragraaf 4.3 de verschillende verschijningsvormen van de turboliquidatie uiteengezet.
Zoals beschreven is het voornaamste verschil met de ‘reguliere’ wijze van ontbinding dat in geval van een turboliquidatie geen vereffeningsprocedure plaatsvindt na het door de algemene vergadering genomen ontbindingsbesluit ex artikel 2:19 lid 1 sub a BW. Of ten tijde van de ontbinding van een BV een vereffeningsprocedure plaats zal vinden, is afhankelijk van de vraag in hoeverre binnen de BV baten en/of schulden bestaan. Daarom zal in paragraaf 4.4 worden ingegaan op het onderscheid tussen de verschillende wettelijke ontbindingsgronden: de ontbinding met vereffening, de ontbinding zonder vereffening, de ontbinding die resulteert in het faillissement van de BV en het faillissement dat resulteert in de ontbinding van de BV. Tot slot zal worden ingegaan op het voornaamste kenmerk van de turboliquidatie te weten de (ontbrekende) vereffeningsprocedure (paragraaf 4.5).