Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/3.3.6.3
3.3.6.3 Kunnen verschillende partijen de enquêtebevoegdheid ontlenen aan dezelfde aandelen?
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS375812:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 3.3.5.
Zo ook Oosterhoff (2016), p. 194. Zie ook Josephus Jitta in nr. 4 van zijn noot bij de Scheipar-beschikking, JOR 2003/161.
Idem Van der Heijden/Van der Grinten, Handboek (1992), nr. 362; Asser/Maeijer 2-III (2000), nr. 521; Geerts, diss. (2004) p. 62; Van den Ingh, diss. (1991), p. 254 en Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 738.
Zie hierover ook Assink | Slagter 2013 (Deel 2), p. 1618-1619, met betrekking tot het verpanden van aandelen.
Zo ook Oosterhoff (2016), p. 194 en Oosterhoff, diss. (2017), p. 410.
Uit § 3.3.6.2 blijkt dat de aandeelhouder of certificaathouder zonder economisch belang enquêtebevoegd is (blijft) naast de houder van het economisch belang. Dat betekent dat twee verschillende partijen de enquêtebevoegdheid kunnen ontlenen aan hetzelfde aandelenbelang. Als gevolg van de wettelijke toekenning van het enquêterecht aan de certificaathouders kunnen dat er zelfs drie zijn als de certificaathouder zijn economische belang overdraagt: de aandeelhouder en certificaathouder op grond van de wet en de houder van het economisch belang op grond van de gelijkstellingscriteria uit de jurisprudentie.1
Wanneer tussen de aandeelhouder of certificaathouder zonder economisch belang enerzijds en de uiteindelijke economisch gerechtigde anderzijds een langere keten van tussenschakels bestaat, zijn niet ook al die tussenschakels enquêtebevoegd. Zij zijn noch aandeelhouder of certificaathouder in de zin van art. 2:346 BW noch zijn zij het economisch gerechtigd tot het aandeel of certificaat als een verschaffer van risicodragend kapitaal. Alleen degene voor wiens rekening en risico de aandelen of certificaten uiteindelijk worden gehouden, kwalificeert als de economisch gerechtigde.2
Het feit dat verschillende partijen de enquêtebevoegdheid kunnen ontlenen aan hetzelfde aandelenbelang roept de vraag op of dat bezwaarlijk is voor de vennootschap. Die bezwaren zijn volgens mij beperkt. De kapitaaldrempel blijft van toepassing. Bij de vaststelling of voldoende kapitaal is vertegenwoordigd mogen geen dubbeltellingen van aandelen en voor deze aandelen uitgegeven certificaten voorkomen.3 Dienen zowel de aandeelhouder als de certificaathouder een enquêteverzoek in dan kunnen hun belangen niet bij elkaar worden opgeteld. Dit geldt mijns inziens ook voor andere economisch belangen bij aandelen. Anders zou bijvoorbeeld een houder van 5% van aandelen zijn economisch belang kunnen overdragen aan een bevriende partij om samen met die partij de 10%-drempel te halen op basis van hetzelfde aandelenbelang.4 Wel is het zo dat de kans op een enquêteverzoek toeneemt naarmate meer partijen de enquêtebevoegdheid ontlenen aan hetzelfde aandelenbelang. Wanneer de aan het aandeel verbonden economische en niet-economische rechten in het geding komen, biedt de enquêteprocedure immers een mogelijkheid om die rechten af te dwingen. Hoewel de belangen van de aandeelhouder en de houder van het economisch belang in de praktijk veelal gelijk zullen lopen, kunnen beide partijen los van elkaar een enquêteverzoek indienen. Vanuit de vennootschap bezien maakt het volgens mij geen verschil of het verzoek wordt ingediend door de aandeelhouder, de houder van het economisch belang of door hen beiden. In het laatste geval zal de OK de enquêteverzoeken gevoegd behandelen, waardoor het beleid en de gang van zaken van de vennootschap maar één keer ter beoordeling aan de rechter wordt voorgelegd.5 In dat geval is het mogelijk dat de verschillende partijen op basis van hetzelfde aandelenbelang tegenstrijdige standpunten innemen ten aanzien van het enquêteverzoek. Die situatie kan zich echter ook voordoen als de certificaathouder een enquêteverzoek indient terwijl het administratiekantoor daar niet achter staat. Ik zie voor de vennootschap derhalve geen onevenredige belasting in feit dat verschillende partijen de enquêtebevoegdheid kunnen ontlenen aan dezelfde aandelen.