Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/1.3:1.3 Afbakening en verantwoording
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/1.3
1.3 Afbakening en verantwoording
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek is verricht aan de hand van een literatuurstudie, bestudering van de regelgeving, relevante jurisprudentie, onderzoeksrapporten en parlementaire documenten. Daarnaast heb ik interviews afgenomen met deskundigen in het werkveld. Het doel van de interviews was om mijn analyses te toetsen en in (een bredere) context te plaatsen. De interviews vormen dan ook geen zelfstandige bron van informatie.
Dit is een in eerste plaats staatsrechtelijke studie en betekent dat het onderzoek primair is verricht vanuit een juridisch oogpunt. Omdat deze studie ook een grote politieke component heeft is waar relevant geput uit politicologische literatuur. Ook is er, met name voor het in kaart brengen van de historie van het budgetrecht en de geschiedenis van de EMU, een beroep gedaan op geschiedkundige literatuur. Daarnaast speelt het terrein van de openbare financiën een rol in deze studie. Waar relevant is een beroep gedaan op literatuur op dit terrein.
Dan nog een aantal opmerkingen over de beperkingen van deze studie. Het hoofdstuk over het Europees economisch bestuur richt zich op de maatregelen die betrekking hebben op het toezicht in EU-verband op het economisch beleid en begrotingsbeleid van de lidstaten. Dat wil zeggen dat dit hoofdstuk is gericht op het begrotingstoezicht, het toezicht op het macro-economisch beleid, de economische beleidscoördinatie en de conditionele financiële assistentie. Het monetaire beleid en de maatregelen van de Europese Centrale Bank (ECB), net als de maatregelen in het kader van de financiële sector, zoals de bankenunie en de kapitaalmarktenunie, maken geen deel uit van deze studie en zullen, waar relevant, enkel worden genoemd in het kader van de ontwikkelingen in de EMU. Daarnaast worden alleen die maatregelen besproken die van toepassing zijn op de eurozone.
Het Europees economisch bestuur en de daaruit voortvloeiende regels worden als uitgangspunt genomen in deze studie en worden dan ook top down bekeken. Dit betekent dat slechts in heel beperkte mate wordt ingegaan op de wenselijkheid van de maatregelen op EU-niveau en de vraag in hoeverre deze maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan een ‘volwaardige’ EMU. Ook wordt in het kader van deze studie slechts beperkt stilgestaan bij de effectiviteit van de maatregelen en de vraag of de maatregelen wel het gewenste of bedoelde effect hebben.
Als laatste nog het volgende: het Europees economisch bestuur is nog altijd in ontwikkeling en daarmee ook de ontwikkelingen op nationaal niveau die in reactie daarop worden genomen. Deze studie is dan ook een momentopname van de op dit moment geldende regels en procedures. Dit geldt zowel voor het Europees economisch bestuur als voor de politieke praktijk. Waar mogelijk wordt kort stilgestaan bij eventueel toekomstige ontwikkelingen.