Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/1.2
1.2 Aanleiding en achtergrond van het onderzoek
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS367554:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Europese Commissie 2012 – Verslag toepassing Richtlijn 2004/25/EG, nr. 16.
Overigens kunnen de belangen van minderheidsaandeelhouders onderling conflicteren. Een minderheidsdeelneming wordt soms gehouden uit strategisch oogpunt; andere minderheidsaandeelhouders hebben een zuiver financieel belang. Zie hierover De Jongh 2007, p. 38 met verwijzing naar Anabtawi 2006, p. 14 e.v. Zie specifiek over belangenconflicten die kunnen ontstaan als gevolg van aandeelhoudersactivisme Anabtawi/Stout 2008, p. 1283 e.v. Nu de biedplicht principieel draait om het belangenconflict minderheid-meerderheid komen belangenconflicten onder minderheidsaandeelhouders in mijn onderzoek slechts zijdelings aan de orde.
Vgl. Seifert/Voth 2006, p. 18.
Daaraan lag een aantal factoren ten grondslag: i) globalisering van het aandeelhouderstand; ii) opkomst van hedgefondsen; iii) lage rente waardoor vooral hedgefondsen optimaal profiteerden en iv) de versterking van de rechten van aandeelhouders. Zie o.a. Abma 2007, p. 102 (voetnoot 75).
Vgl. Zetsche 2010, p. 238-239. Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/18 houden het er op dat het aandeelhoudersactivisme – althans tijdelijk – lijkt te zijn teruggedrongen.
In de VS is sinds 2010 al een duidelijke trend zichtbaar waarin activistische hedgefondsen nadrukkelijker op de voorgrond treden. Zie ook “An investor calls”, The Economist 7 februari 2015.Wereldwijd is het aantal campagnes door activistische aandeelhouders sinds 2010 toegenomen met 62%, zie “Shareholder Campaigns Double in Three Years”, FT 10 november 2013. Ook in Nederland zijn tekenen van activisme te zien en het is de verwachting dat dit verder naar Nederland zal overwaaien: 77% van de Europese beursfondsen verwacht een piek op korte termijn <www.iflr.com/Article/ 3397127/Corporate/77-European-companies-expect-activism-spike.html>. Er is bovendien een sterke toename in het aantal adviseurs dat gespecialiseerd is in aandeelhoudersactivisme en het aantal keren dat hun expertise wordt ingeroepen, zie “Investor Activism in Europe Attracts U.S. Advisers Law Firms, Banks, Communications Firms Prepare for Potential Surge in Business”, Wall Street Journal 27 april 2014. Zie ook “Na de VS lijkt Europa de logische volgende halte voor activistische aandeelhouders”, HFD 23 april 2014.
In die zin ook Overkleeft 2012-1, p. 213-214.
Zie onder meer AFM 2011 – 10 jaar AFM toezicht op openbare biedingen, p. 16.
In de literatuur werd al gewaarschuwd dat een van de moeilijkste implementatiekwesties zou zijn te beslissen welke instantie belast zou worden met toezicht en welke bevoegdheden deze zou moeten krijgen, zie Timmerman 1999, p. 1501.
In het kader van deze evaluatie is gesproken met marktpartijen, hun adviseurs en anderen, waaronder ondergetekende.
De Nederlandse verplicht bod-regeling, waarvan de acting in concert-regels deel uit maken, geldt sinds 28 oktober 2007. Er is inmiddels ruim voldoende ervaring opgedaan om een gedegen evaluatie te kunnen uitvoeren; dit is de eerste aanleiding voor dit onderzoek. Er zijn echter nog meer redenen voor nader onderzoek. Een belangrijke aanleiding voor dit onderzoek is de onduidelijkheid die de acting in concertregeling kenmerkt; er zijn signalen dat dit in de praktijk voor problemen zorgt (sub I). Een tweede belangrijke aanleiding is dat bij het ontwerpen van de verplicht bod-regeling en de daarin belangrijke acting in concert-regeling enkel aandacht lijkt geweest voor de belangen van minderheidsaandeelhouders. Dat is gelet op de ratio van de biedplicht niet verwonderlijk. Echter, deze eenzijdige focus leidt er weliswaar toe dat minderheidsaandeelhouders worden beschermd, maar mogelijk tegen een (te) hoge prijs. Als aandeelhouders niet meer durven samen te werken – door regels die ofwel te streng zijn of onduidelijk (zie sub I) – kan dat er onder meer toe leiden dat bepaalde elementaire corporate governance-verbeteringen niet meer kunnen worden afgedwongen. Dat zou in het nadeel van alle aandeelhouders zijn, inclusief de minderheid die de biedplicht juist beoogt te beschermen, en raakt uiteindelijk ook de aantrekkelijkheid van de Nederlandse kapitaalmarkt (sub II). In de derde plaats wil dit onderzoek het systeem van toezicht en handhaving ter discussie stellen. Er is in Nederland geen toezichthouder belast met het toezicht op de naleving van de biedplicht; dat is aan minderheidsaandeelhouders zelf overgelaten. De Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam (OK) is aangewezen om de biedplicht te handhaven, maar zij houdt zelf geen toezicht (sub III).
I. Onduidelijkheid van de acting in concert-regeling
Een belangrijke reden voor dit onderzoek is de onduidelijkheid die vrijwel de gehele acting in concert-regeling kenmerkt. De meest fundamentele onduidelijkheid betreft de definitie van onderling overleg in art. 1:1 Wft zelf, maar ook talloze andere aspecten geven aanleiding tot vragen.
Onduidelijkheid rondom acting in concert kan ertoe leiden dat aandeelhouders elkaar ook niet meer durven opzoeken om het bestuur ter verantwoording te roepen, hetgeen een flinke verslechtering van de corporate governance zou betekenen omdat van aandeelhouders juist wordt verwacht dat ze hun krachten bundelen om hun rol te kunnen vervullen in het geheel van checks and balances (zie nader sub II). Onduidelijke regels maken het toezichthouders bovendien extra lastig; toezicht houden op acting in concert-regels is al geen walk in the park. Het risico bestaat dat minderheidsaandeelhouders daardoor niet de bescherming krijgen waar zij recht op hebben. In Nederland speelt dit in versterkte mate omdat minderheidsaandeelhouders zelf voor toezichthouder moeten spelen (zie hierna sub III).
De Nederlandse wetgever heeft weliswaar erkend dat de regels onduidelijk zijn, maar heeft – ondanks aandringen vanuit de praktijk en de literatuur – om verschillende redenen geen duidelijkheid willen verschaffen door middel van aanscherping van de regels. Inmiddels is vanuit Europa een poging gedaan een einde te maken aan de onduidelijkheid rond acting in concert. Nadat de Europese Commissie in 2012 haar zorgen had geuit over de problematische toepassing van de acting in concertregels,1 heeft de Europese toezichthouder ESMA op instigatie van de Europese Commissie in 2013 beleidsregels geformuleerd voor nationale toezichthouders (zie nader § 3.6 en § 7.4.2.2). Deze beleidsregels, vervat in een zogeheten white list, lossen het probleem evenwel slechts gedeeltelijk op. Dat komt door de geselecteerde onderwerpen op de white list en omdat de white list werkt met weerlegbare vermoedens wanneer in beginsel geen sprake is van acting concert.
II. Herijking eenzijdige focus op belangen minderheidsaandeelhouders
Centraal bij de biedplicht staan de belangen van minderheidsaandeelhouders.2 De regeling strekt immers tot bescherming van minderheidsaandeelhouders tegen onevenredige verdeling van de controlepremie en het gevaar van benadeling door een controlerende partij (hoofdstuk 4). De acting in concert-regels vormen daarin een onmisbare schakel. Minderheidsaandeelhouders verdienen ook bescherming als niet een individuele aandeelhouder de controle verwerft, maar meerdere aandeelhouders gezamenlijk. Deze minderheidsbescherming is uiteindelijk ook van belang voor een goed werkende kapitaalmarkt: het kan niet zo zijn dat enkele grote partijen in onderling overleg, als gevolg van te soepele of onduidelijke acting in concert-regels zonder consequenties de dienst uitmaken op de (internationale) kapitaalmarkt.3
Een gezichtspunt waarvoor pas sinds kort aandacht bestaat is of de acting in concert- regels niet te streng zijn en mogelijk verder gaan dan noodzakelijk vanuit de beschermingsgedachte van de biedplicht. Als dat zo is, dan zullen aandeelhouders onnodig terughoudend zijn in het aangaan van onderlinge samenwerking (§ 7.4.3.3). Dat risico bestaat overigens ook als de regels onduidelijk zijn; gelet op het ingrijpende karakter van een eventuele biedplicht zullen marktpartijen sneller op safe spelen (zie hierna sub II). Dit zou een flinke verslechtering van de corporate governance van beursvennootschappen kunnen betekenen. Van aandeelhouders wordt juist verwacht dat ze hun krachten bundelen om hun rol te kunnen vervullen in het geheel van checksand balances. Deze gedachte is terug te vinden in de belangrijkste corporate governance-codes wereldwijd (§ 2.4).
Het voorgaande heeft aan relevantie gewonnen door het aan het begin van dit millennium in Nederland opgekomen aandeelhoudersactivisme.4 Hoewel de hoogtijdagen 2005-2007 al enige tijd achter ons liggen,5 is aandeelhoudersactivisme niet meer weg te denken. Of we aan de vooravond staan van een tweede golf6, valt nog te bezien.7 Heel in het algemeen kan aandeelhoudersactivisme worden geduid als iedere actieve bemoeienis met het strategische beleid van de onderneming.8 Voor dit onderzoek zijn vooral interessant bepaalde vormen daarvan waarbij activistische aandeelhouders, meestal hedgefondsen, in samenwerking met anderen uit zijn op het verwezenlijken van specifieke, strategische, meestal korte termijn-doelen, zoals het afsplitsen van een bedrijfsonderdeel, het tegenhouden van een strategische transactie of het vervangen van het bestuur. Een greep uit de vele spraakmakende voorbeelden van gezamenlijk activisme van deze soort:
Vendex KBB (2003, Nederland)
Antonveneta (2005, Italië)
VNU (2005, Nederland)
Deutsche Börse (2005, Duitsland)
Stork (2006, Nederland)
Gecina (2007, Frankrijk)
Eiffage (2007, Frankrijk)
ATOS Origin (2008, Frankrijk)
Cadbury Schweppes (2008, UK)
ABN Amro (2008, Nederland)
ASMI (2008, Nederland)
In verschillende opzichten vormt het fenomeen aandeelhoudersactivisme een zware test voor de acting in concert-regels. Een fundamentele vraag is wanneer een groep samenwerkende aandeelhouders dusdanige invloed heeft of nastreeft dat kan worden gesproken van de controle. Complicerende factor daarbij is dat activistische aandeelhouders niet zozeer hun invloed doen gelden in de aandeelhoudersvergadering, het traditionele forum daarvoor, maar zich rechtstreeks tot het bestuur wenden. Deze nieuwe dimensie in de strijd om de macht in de vennootschap moet uiteraard worden meegenomen in de analyse van de acting in concert-regeling (§ 7.4.2.3 en § 7.5.4.3).
Ook op een ander vlak is aandeelhoudersactivisme a tough nut to crack. Er bestaan zowel goedaardige als minder gewenste varianten. Wordt een biedplicht wegens acting in concert te snel aangenomen dan bestaat het risico dat ook wenselijk activisme wordt geraakt met nadelige gevolgen voor de corporate governance (§ 7.4.3.3). Dit is pas betrekkelijk recent erkend, hetgeen in 2013 leidde tot de hiervoor al kort genoemde ESMA-white list (§ 3.6 en § 7.4.2.2). Indien daarentegen de controle-lat te hoog wordt gelegd, worden minderheidsaandeelhouders benadeeld, hetgeen in strijd is met de strekking van de Overnamerichtlijn (§ 7.4.3.2).
III. Problemen rond toezicht en handhaving
Er is in Nederland geen toezichthouder belast met het toezicht op de naleving van de biedplicht; dat is aan minderheidsaandeelhouders zelf overgelaten. De OK is aangewezen om de biedplicht te handhaven, maar zij houdt zelf geen toezicht. Dit onderzoek stelt het gekozen systeem ter discussie, vanuit het gezichtspunt van zowel minderheidsaandeelhouders als de overige aandeelhouders.
In de eerste plaats is de vraag of minderheidsaandeelhouders wel in staat zijn om zelf goed toezicht te houden. Als dat niet zo is, dan is dat niet slechts onwenselijk, maar bovendien in strijd met de Overnamerichtlijn. Hoewel het ontbreken van een toezichthouder van belang is voor de gehele verplicht bod-regeling, speelt dit met name bij acting in concert een belangrijke rol. Hier ontstaat immers de grootste kans op omzeiling van de regels met benadeling van minderheidsaandeelhouders als gevolg. Gesteld kan daarom worden dat samenwerking door aandeelhouders de zwaarste test case vormt voor het toezicht op de naleving van de verplicht bod-regels.
Een tweede vraag is of onder het gekozen systeem samenwerkende grootaandeelhouders voldoende gelegenheid hebben om duidelijkheid over de regels te krijgen. In andere lidstaten is het gebruikelijk om de toezichthouder te consulteren voorafgaand aan een transactie of andere handelingen. In Nederland bestaat die mogelijkheid niet. Dat is te meer interessant nu de ESMA-white list met beleidsregels voor de nationale toezichthouders in Nederland niet werkt; hier is de handhaving van de biedplicht bij de OK neergelegd, maar die is als onafhankelijke rechter niet gebonden aan de beleidsregels van ESMA.
Op het Nederlandse systeem van toezicht wordt al enige tijd kritiek uitgeoefend in de literatuur.9 Eind 2014 is opnieuw aandacht gevraagd hiervoor, dit keer vanuit de Tweede Kamer.10 In reactie daarop heeft de Minister een evaluatie toegezegd.11 De opmerkelijke conclusie daaruit:
“De regeling van het verplicht openbaar bod is er op gericht minderheidsaandeelhouders te beschermen en de regeling functioneert in dat opzicht goed. Aan de door geraadpleegde partijen gesuggereerde aanpassingen van de wetsystematiek c.q. het stelsel van het toezicht op de biedplicht zijn nadelen verbonden terwijl onvoldoende naar voren is gekomen dat deze aanpassingen gerechtvaardigd c.q. noodzakelijk zijn ter borging van het publiek belang”.12 ,13