Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/6.2.2.4
6.2.2.4 Het verzoek van TCI bij ABN Amro
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649875:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
OK 3 mei 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA4395, JOR 2007/143 m.nt. Nieuwe Weme (ABN Amro), r.o. 2.5.
De brief van TCI met onder andere het verzoek tot opsplitsing dan wel het verkopen van bedrijfsonderdelen staat hier volgens ABN Amro los van gelet op het feit dat de brief van TCI pas later die dag per e-mail arriveert (De Jong e.a. 2007, p. 139 en de notulen van de algemene vergadering van ABN Amro d.d. 26 april 2007, p. 41).
Hetgeen destijds genoeg was om een agenderingsverzoek in te dienen, zie par. 5.2.2.1.
OK 3 mei 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA4395, JOR 2007/143 m.nt. Nieuwe Weme (ABN Amro), r.o. 2.7.
Zie voor de exacte ontwikkelingen OK 3 mei 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA4395, JOR 2007/143 m.nt. Nieuwe Weme (ABN Amro), r.o. 2.9 t/m 2.23.
Notulen van de algemene vergadering van ABN Amro d.d. 26 april 2007, p. 10.
Notulen van de algemene vergadering van ABN Amro d.d. 26 april 2007, p. 10-14.
Notulen van de algemene vergadering van ABN Amro d.d. 26 april 2007, p. 80.
OK 3 mei 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA4395, JOR 2007/143 m.nt. Nieuwe Weme (ABN Amro).
OK 3 mei 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA4395, JOR 2007/143 m.nt. Nieuwe Weme (ABN Amro), r.o. 3.23.
HR 13 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7972, NJ 2007, 434 m.nt. Maeijer (ABN AMRO).
Notulen van de algemene vergadering van ABN Amro d.d. 27 april 2007, p. 28 en p. 41. Zie ook De Jong e.a. 2007, p. 139; Winter 2009, p. 7, en Smit 2021, p. 313-314 en p. 416-417.
OK 3 mei 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA4395, JOR 2007/143 m.nt. Nieuwe Weme (ABN Amro), r.o. 3.11.
Van Schilfgaarde 2016, p. 189. Zie ook De Jongh 2007b, p. 175 die treffend schrijft dat de brief fungeerde als “katalysator voor zich snel opeenvolgende ontwikkelingen”. En ook Winter 2009, p. 7: “Op zijn best kan men zeggen dat de publieke benadering door TCI meer druk op het proces heeft gelegd en dit onomkeerbaar heeft gemaakt.”
Overkleeft 2017, p. 351.
Zie ook punt 18 van de noot van Leijten onder HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:652, JOR 2018/142 m.nt. Leijten (Boskalis/Fugro) en Kersten 2011, p. 100, voetnoot 20.
Het meest spraakmakende agenderingsverzoek is ongetwijfeld het verzoek dat TCI op 20 februari 2007 bij ABN Amro indient. Hieraan is voorafgegaan dat ABN Amro en Bank of America begin 2007 contact hebben gehad over de belangstelling van Bank of America in LaSalle (onderdeel van ABN Amro), zonder dat (overname)besprekingen zijn gevoerd,1 en reeds eerder op 20 februari 2007 tijdens de wekelijkse vergadering van het bestuur van ABN Amro zou zijn besloten de strategie om zelfstandig te blijven te verlaten.2
Op het moment dat TCI het agenderingsverzoek indient, houdt zij iets meer dan 1% van het geplaatste kapitaal van ABN Amro.3 In de alom bekende ‘Dear Board’ letter uit TCI kritiek op de strategie van ABN Amro, haar prestaties en de lage waardering van het aandeel. Voorts verzoekt TCI om in de agenda van de op 26 april 2007 geplande jaarlijkse algemene vergadering van ABN Amro als agendapunten op te nemen:
a shareholder vote on the principle that it is in the best interests of all shareholders, other stakeholders and the Company for the Managing Board of ABN AMRO to actively pursue any possibilities to sell, spin-off or merge some or all of the major businesses of the company to maximise shareholder value;
a shareholder vote on the principle that it is in the best interests of all shareholders, other stakeholders asnd the Company for the Managing Board of ABN AMRO to return the cash proceeds of any major business disposals to all shareholders by way of a share buyback or special dividend;
a shareholder vote on the principle that it is in the best interests of all shareholders, other stakeholders and the Company for the Managing Board of ABN AMRO to actively pursue any possibilities to sell or merge the whole Company to maximize shareholder value;
a shareholder vote on the principle that it is in the best interests of all shareholders, other stakeholders and the Company for the Managing Board of ABN AMRO to report to shareholders upon the outcome of such active investigations referred to in the above paragraphs within 6 months from the date of the AGM; and
a shareholder vote on the principle that it is in the best interests of all shareholders, other stakeholders and the Company for the Managing Board of ABN AMRO to cease the pursuit, for a period of six months from the date of the AGM, of any major business acquisitions, including the rumoured acquisition of Capitalia SpA which has been the subject of repeated speculation in the public press.
Vervolgens brengen ABN Amro en de Britse bank Barclays op 19 maart 2007 een gezamenlijke verklaring uit waarin zij aangeven op basis van exclusiviteit inleidende besprekingen te voeren over een mogelijke fusie van de twee banken.4 Op 20 maart 2007 openbaren ABN Amro en Barclays de beoogde contouren van de governance van een dergelijke combinatie. In The Wall Street Journal van 21 maart 2007 heeft Bank of America nogmaals aangegeven interesse te hebben in LaSalle.
De agenda voor de jaarlijkse algemene vergadering van ABN Amro van 26 april 2007 wordt op 28 maart 2007 gepubliceerd. De hierboven genoemde, door TCI voorgestelde punten met bijbehorende toelichting zijn daarin woordelijk opgenomen. Het bestuur en de rvc van ABN Amro verduidelijken in de agenda dat de stemmingen over de voorstellen van TCI slechts adviserend van aard zullen zijn, hetgeen wil zeggen dat de uitkomsten van de stemmingen geen rechtsgevolg hebben. In een op de website van ABN Amro geplaatste brief schrijven het bestuur en de rvc niet van mening te zijn dat de belangen van aandeelhouders van ABN Amro het beste gediend zouden zijn met maatregelen die specifiek zijn gericht op het genereren van liquiditeit op de korte termijn. Het bestuur en de rvc bevelen de aandeelhouders daarom aan om tegen de onder (i) en (ii) genoemde voorstellen van TCI te stemmen. Over de punten (iii), (iv) en (v) schrijven het bestuur en de rvc:
“Aangezien de belangrijkste elementen van de andere drie voorstellen, in de agenda onder punt 11.3 tot en met 11.5, reeds in onze plannen zijn opgenomen, zien wij geen reden voor de aandeelhouders om in te stemmen met deze voorstellen.”
Een expliciet stemadvies wordt ten aanzien van de punten (iii), (iv) en (v) niet afgegeven. Vervolgens volgen de ontwikkelingen elkaar in een hoog tempo op. Heel kort samengevat is het zo dat in de periode tussen het bekend worden van de agenda en de algemene vergadering een consortium van banken (Royal Bank of Scotland, Fortis en Banco Santander) kenbaar maakt (ook) interesse te hebben om ABN Amro (inclusief dochter LaSalla) over te nemen, ABN Amro LaSalle aan Bank of America verkoopt, en ABN Amro en Barclays overeenstemming bereiken omtrent de voorgenomen fusie.5
In de algemene vergadering van 26 april 2007 wordt onder agendapunt 3 het bestuursverslag besproken. Tijdens de bespreking van dit punt wordt namens de VEB gevraagd wanneer is overwogen de strategie van ABN Amro te veranderen en om een overname of een fusie in ogenschouw te nemen en om verkoop van onderdelen te overwegen. Ik citeer de vertegenwoordiger van de VEB: “Als u blijft beweren dat het niet door TCI komt, wanneer hebt u het dan zelf besloten en waarom?”6 De voorzitter geeft aan deze vraag te willen bewaren voor agendapunt 10 (Verslag van de Raad van Bestuur met betrekking tot de strategie van ABN Amro en de recente gebeurtenissen). De VEB verzet zich hiertegen. Het verlenen van decharge staat namelijk als punt 5 geagendeerd en de VEB wil niet dat de algemene vergadering daarover stemt voordat is verteld wanneer precies besloten is de strategie te wijzigen.7 In lijn hiermee verzoeken enkele andere aandeelhouders (bijvoorbeeld ABP) om de strategische discussie te laten plaatsvinden vóórdat over de decharge wordt gestemd. Uiteindelijk wordt aan het verzoek gehoor gegeven, en worden de punten 10 (Verslag van de Raad van Bestuur met betrekking tot de strategie van ABN Amro en de recente gebeurtenissen) en 11 (de punten van TCI) na agendapunt 3 behandeld. De onder (i), (iii) en (iv) genoemde voorstellen zijn (steeds met ten minste 67% van de uitgebrachte stemmen) aangenomen. Verder is het nog aardig om te noemen dat ABP ter vergadering verzoekt om, gezien de recente ontwikkelingen, de stemming over de goedkeuring van het bezoldigingsbeleid van het bestuur uit te stellen tot een moment waarop meer duidelijkheid is over de nieuwe koers van ABN Amro.8 Aan dit verzoek tot (een stemming over) degradatie (waarover par. 2.4.4.6) wordt geen gehoor gegeven.
Het consortium maakt op 27 april 2007 via een persbericht bekend dat het het bestuur en de rvc van ABN Amro de avond ervoor op de hoogte heeft gesteld van zijn bedoeling een openbaar bod uit te brengen op alle uitstaande aandelen ABN Amro. Eveneens op 27 april 2007 hebben de VEB c.s. een enquêteverzoekschrift ingediend en de OK verzocht om onmiddellijke voorzieningen te treffen.9 Volgens de VEB c.s. is de verkoop van LaSalle onrechtmatig tegenover de aandeelhouders van ABN Amro omdat ABN Amro daarmee bewust de kansen op een (beter) bod van het consortium frustreert. De OK is het daar niet mee eens. Wel meent de OK dat ABN Amro de besluitvorming inzake de verkoop van LaSalle (ofwel op grond van art. 2:107a BW, ofwel op grond van art. 2:8 BW) had moeten voorleggen aan de algemene vergadering.10 De OK verbiedt ABN Amro bij wijze van onmiddellijke voorziening om zonder voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering medewerking te verlenen aan de verkoop van LaSalle. De Hoge Raad vernietigt in cassatie de beschikking van de OK.11 LaSalle wordt verkocht aan Bank of America en het consortium neemt ABN Amro alsnog (dat wil zeggen: zonder LaSalle) over.
De keuze van ABN Amro om de stand alone strategie te verlaten, lijkt geen verband te houden met het agenderingsverzoek van TCI. Al voordat ABN Amro de brief van TCI ontving, was besloten dat ABN Amro haar onafhankelijkheid zou opgeven.12 Wel heeft de brief als effect gehad dat de verkennende gesprekken met Barclays in een stroomversnelling zijn geraakt,13 en het consortium in de kaart werd gespeeld.14 Kortom: door het agenderingsverzoek van TCI werd ABN Amro de facto ‘in play’ gebracht als doelwit voor een overname.15 Ik acht het allerminst uitgesloten dat als destijds reeds bekend was geweest dat ABN Amro de voorstellen van TCI slechts ter bespreking had hoeven agenderen, het TCI niet was gelukt om ABN Amro (in dezelfde mate) ‘in play’ te brengen.16 Anders gezegd: het agenderingsverzoek had de uitwerking die het heeft gehad, (mede) omdat ervan werd uitgegaan dat de aangedragen punten ter stemming geagendeerd moesten worden.
In hoeverre ABN Amro feitelijk gebonden is geweest door de uitkomst van de stemming op de door TCI aangedragen voorstellen durf ik niet te zeggen.