Einde inhoudsopgave
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/4.1
4.1 Inleiding
dr. A.O. Lubbers, datum 01-07-2000
- Datum
01-07-2000
- Auteur
dr. A.O. Lubbers
- JCDI
JCDI:ADS414447:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Het beginsel der balanscontinuïteit is besproken in hoofdstuk 3, paragraaf 3.4.1; het jaarwinstbeginsel kwam aan de orde in paragraaf 3.3 van dat hoofdstuk.
De balans per 31 december 1998 geeft aan de actiefzijde de post voorraad goederen weer voor f 10 000 en aan de passiefzijde de post fiscaal vermogen voor f 10 000.
Ik ga ervan uit dat naast het onjuiste waarderingsstelsel slechts één ander waarderingsstelsel bestaat, welk stelsel – zoals gezegd – zou hebben geleid tot een balanswaardering van de voorraad goederen van f 25 000.
Als gevolg van de onjuiste waardering is in de jaren 1994 t/m 1997 in totaal een bedrag van f 15 000 ten onrechte niet tot de winst gerekend.
Bij de berekening van de jaarwinst kan een conflict ontstaan tussen het beginsel der balanscontinuïteit en het jaarwinstbeginsel1. Dit doet zich voor indien de belastingplichtige bij het berekenen van de winst van het oudste nog openstaande jaar wordt geconfronteerd met een fout in het onherroepelijk vaststaande eindvermogen van het laatstvastgestelde jaar. Aan de hand van een voorbeeld met betrekking tot de onjuiste waardering van een voorraad goederen wordt in dit hoofdstuk ingegaan op het conflict tussen deze beginselen en de oplossing die de Hoge Raad voor deze situatie heeft gegeven (de foutenleer).
Er wordt uitgegaan van de volgende casus:
In de eindbalans van 1998 is de voorraad goederen opgenomen voor f 10 0002. Bij het berekenen van de winst voor het jaar 1999 wordt echter geconstateerd dat sinds 1994 een waarderingsstelsel is gebruikt dat in strijd is met goed koopmansgebruik. Indien een juist waarderingsstelsel zou zijn toegepast, zou de voorraad goederen in de eindbalans van 1998 zijn opgenomen voor f 25 0003. Er wordt van uitgegaan dat het niet mogelijk is deze onjuiste waardering door middel van navordering of door de betaling van gewetensgeld te herstellen4.