Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/4.3.1
4.3.1 Inleiding
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270088:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De definitie luidt als volgt: ‘Iedere bewuste frustratie van de fiscale waarheidsvinding.’
Naar de uitoefening van dit onderzoek kan ook worden gerefereerd met de term ‘controlehandelingen’.
Degene die een gebouw of grond in gebruik heeft is verplicht om de inspecteur toegang tot die gebouwen of grond te verschaffen ten behoeve van in de belastingwet te verrichten onderzoek (art. 50 AWR). Omdat ten aanzien van de toepassing van dit artikel weinig jurisprudentie bestaat wordt dit artikel niet verder behandeld, alhoewel het weigeren mee te werken op dit gebied wel onder de gebezigde fraudedefinitie zou kunnen vallen.
In deze paragraaf wordt ingegaan op een onderdeel van de definitie van fiscale fraude zoals aangelegd in paragraaf 4.2, namelijk op het onderdeel frustratie.1 Belastingplichtigen hebben verplichtingen na te komen die de fiscale waarheidsvinding dienen. De grondslag van deze verplichtingen is gelegen in de realisatie van richtige belastingheffing: iedereen moet afdragen, waartoe hij op grond van de materiële heffingswetten verplicht is. De Belastingdienst kan de (juiste) belastingschuld enkel vaststellen als hij geïnformeerd is over de (juiste) feitelijke situatie. De verplichtingen ten dienste van de belastingheffing zien in de regel dan ook op informatievoorziening. Het toezicht op de naleving van de verplichtingen wordt verticaal toezichtsonderzoek genoemd.2
In het hiernavolgende worden de verschillende beboetbare en strafbare gedragingen die op grond van de in paragraaf 4.2. vastgestelde definitie onder het fiscale fraudebegrip vallen, uitgewerkt.3 Deze gedragingen vallen samen met het frustreren van de fiscale waarheidsvinding, door genoemde verplichtingen niet na te leven.