Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/4.3.2
4.3.2 Samenvatting
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649864:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Wat betreft bpb 4.1.6 NCGC geldt voor de toepasselijkheid van het tot aandeelhouders gerichte gedeelte van de bepaling (het in overleg treden en het respecteren van een ingeroepen responstijd) steeds dat van belang is of de kapitaalverschaffer heeft aangegeven de bepaling te zullen toepassen (zie art. 5:86 Wft en ook par. 5.3.1.1 en par. 5.3.1.2.
Met dien verstande dat art. 5:25k bis Wft enkel op de NV van toepassing is als Nederland lidstaat van herkomst is als bedoeld in art. 5:25j lid 1 Wft, waarover par. 5.4.1.2.
Naar de letter van de NCGC kan bij de BV die onder het toepassingsbereik van de NCGC valt de responstijd niet worden ingeroepen als reactie op een convocatieverzoek. Art. 2:187 BW verklaart namelijk niet art. 2:110 BW i.p.v. 2:220 BW van toepassing op de BV met een notering aan een gereglementeerde markt. Blijkens bpb 4.1.6. NCGC geldt de mogelijkheid van het inroepen van de responstijd “ook voor een voornemen als hiervoor bedoeld dat strekt tot rechterlijke machtiging voor het bijeenroepen van een algemene vergadering op grond van artikel 2:110 BW.” Toch moet worden aangenomen dat bij de BV die onder het toepassingsbereik van de NCGC valt de responstijd kan worden ingeroepen als reactie op een voornemen tot het doen van een verzoek ex art. 2:220 BW.
Met dien verstande dat art. 5:25k bis Wft enkel op de BV van toepassing is als Nederland lidstaat van herkomst is als bedoeld in art. 5:25j lid 1 Wft, waarover par. 5.4.1.2.
Art. 2:114a BW is niet van toepassing omdat de schakelbepaling van art. 2:187 BW alleen van toepassing is op de BV waarvan (certificaten van) aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt. Om dezelfde reden is art. 2:114b BW niet van toepassing. Bpb 4.1.6 en 4.1.7 NCGC zijn wel van toepassing. Er wordt immers in algemene zin gesproken over “het agenderingsrecht” en “het voornemen tot agendering”. Of de grondslag art. 2:114a BW of 2:224a BW (of een statutaire bepaling) is, doet niet ter zake.
Welke agenderingsvoorschriften precies op een vennootschap van toepassing zijn, is afhankelijk van of van de vennootschap (certificaten van) aandelen genoteerd zijn en zo ja, aan wat voor een systeem de (certificaten van) aandelen genoteerd zijn. Hetgeen ik in par. 4.3.1.1 tot en met par. 4.3.1.4 schreef, laat zich als volgt schematisch samenvatten.
Zonder notering
Met notering aan een gereglementeerde markt als bedoeld in art. 1:1 Wft
Met notering aan een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem
Met notering aan een multilaterale handelsfaciliteit
Met notering aan een met een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem
NV
Art. 2:114a BW
(en art. 2:110 en art. 2:111 BW)
Art. 2:114a BW + art. 2:114b BW + bpb 4.1.61 en 4.1.7 NCGC + art. 49c Wge + art. 5:25k bis Wft2
(en art. 2:110 en art. 2:111 BW)
Art. 2:114a BW + art. 2:114b BW + bpb 4.1.6 en 4.1.7 NCGC.
(en art. 2:110 en art. 2:111 BW)
Art. 2:114a BW + art. 2:114b BW + bpb 4.1.6 en 4.1.7 NCGC3
(en art. 2:110 en art. 2:111 BW)
Art. 2:114a BW + art. 2:114b BW + bpb 4.1.6 en 4.1.7 NCGC4
(en art. 2:110 en art. 2:111 BW)
BV
Art. 2:224a BW
(en art. 2:220 en art. 2:221 BW)
Art. 2:114a lid 1 BW + art. 2:224a lid 2 en lid 3 BW + art. 2:114b BW + bpb 4.1.65 en 4.1.7 NCGC + art. 49c Wge + art. 5:25k bis Wft6
(en art. 2:220 en art. 2:221 BW)
Art. 2:224a BW7 + bpb 4.1.6 en 4.1.7 NCGC.
(en art. 2:220 en art. 2:221 BW)
Art. 2:224a BW + bpb 4.1.6 en 4.1.7 NCGC8
(en art. 2:220 en art. 2:221 BW)
Art. 2:224a BW + bpb 4.1.6 en 4.1.7 NCGC9
(en art. 2:220 en art. 2:221 BW)