Transparante en eerlijke verdeling van schaarse besluiten
Einde inhoudsopgave
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/8.5:8.5 Afronding
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/8.5
8.5 Afronding
Documentgegevens:
A. Drahmann, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
A. Drahmann
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is ingegaan op de vraag in hoeverre één specifiek aanbestedingsrechtelijk beginsel, namelijk het transparantiebeginsel, toegepast zou kunnen worden in het subsidierecht. Hoewel het subsidierecht niet expliciet een transparantiebeginsel kent, kent het subsidierecht op vrijwel alle aspecten een vergelijkbare regeling. Een subsidiebesluit dat tot stand komt na een niettransparante procedure zal vaak op grond van het rechtszekerheids-, gelijkheids- of zorgvuldigheidsbeginsel of de specifieke aard van de tenderprocedure worden vernietigd.
De jurisprudentie over het transparantiebeginsel kan echter wel een toegevoegde waarde hebben voor zowel het bestuursorgaan als de subsidieaanvragers. Deze toegevoegde waarde ligt deels in de invulling van de specifieke aard van het transparantiebeginsel. Het transparantiebeginsel beoogt immers elk risico van favoritisme en willekeur te voorkomen. Deze gelijke behandeling van de aanvragers is wenselijk voor de aanvragers en zou daarmee bovendien moeten leiden tot het selecteren van de ’beste’ aanvragen hetgeen gunstig is voor het bestuursorgaan. De traditionele beginselen van behoorlijk bestuur hebben niet deze specifieke doelstelling, waardoor in jurisprudentie soms verwezen wordt naar de ’specifieke aard van de tenderprocedure’. De aanbestedingsrechtelijke jurisprudentie over het transparantiebeginsel kan hier een nadere duiding aan geven.
Gelet op deze toegevoegde waarde van het transparantiebeginsel heb ik in dit artikel een aantal praktische tips gegeven waarmee ieder gemeentebestuur een subsidieverleningsprocedure, binnen de huidige kaders van de Awb, zo transparant mogelijk kan inrichten. De belangrijkste aandachtspunten daarbij zijn mijns inziens:
de verdelingscriteria niet in beleidsregels neer te leggen, omdat de inherente afwijkingsbevoegdheid van beleidsregels (artikel 4:81 Awb) zich niet goed verhoudt tot het transparantiebeginsel; en
de aanvraagperiode te fixeren zodat gegarandeerd wordt dat iedere aanvrager gelijke kansen heeft, waarbij artikel 4:5 Awb wel in acht moet worden genomen.
Daarnaast heb ik een aantal suggesties aan de wetgever gedaan om de subsidietitel van de Awb te wijzigen, waaronder (naast de eerdergenoemde artikelen 4:81 en 4:5 Awb) om in de Awb een bepaling op te nemen dat het bestuursorgaan één toewijzingsbesluit kan nemen waarin de subsidies worden verdeeld.