De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.6.3:6.6.3 Een discretionaire bevoegdheid tot het verstrekken van Europese subsidies
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.6.3
6.6.3 Een discretionaire bevoegdheid tot het verstrekken van Europese subsidies
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS396064:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld artikel 1:2, eerste lid, van de Regeling LNV-subsidies; artikel 2, tweede lid, van de Subsidieregeling EFRO doelstelling 2; artikel1.3 van de provinciale subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer.
Zie hieromtrent ook Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 65.
Zie paragraaf 6.5.4.4.
Zie paragraaf 6.5.4.3.
Zie bijvoorbeeld artikel 6, eerste lid, van de Subsidieregeling EFRO doelstelling 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de overige Europese subsidieregelingen geldt dat zowel uit de Europese als nationale subsidieregelingen voortvloeit dat het Nederlandse bestuursorgaan een discretionaire bevoegdheid heeft om een Europese subsidie te verstrekken.1 Wanneer een discretionaire bevoegdheid tot subsidieverstrekking bestaat, is het opnemen van weigeringsgronden die uit de Europese subsidieregelgeving voortvloeien in een Nederlandse subsidieregeling strikt genomen niet noodzakelijk. In dat geval kan een Nederlands bestuursorgaan altijd een aanvraag afwijzen,2 ook indien de reden daarvoor is te vinden in een niet voor de aanvrager bindend OP dan wel Europese soft law. Door de bevoegdheid tot het verstrekken van Europese subsidies discretionair te formuleren, kan de aanvraag die in strijd blijkt te zijn met het Europese recht dus zonder problemen worden afgewezen. Zo wordt voorkomen dat het Nederlands bestuursorgaan in strijd handelt met zijn Europese verplichtingen.
Uiteraard is het vanuit het rechtszekerheidsbeginsel te verkiezen dat voor de aanvrager in één oogopslag duidelijk is onder welke voorwaarden hij een Europese subsidie kan verkrijgen en op welke gronden deze subsidie zal worden geweigerd. Voorkomen moet immers worden dat het subsidieverstrekkende bestuursorgaan wordt beticht van willekeur. Indien de weigeringsgronden niet zijn terug te vinden in de subsidieregeling betekent dit bovendien dat aanvragen voor een Europese subsidie die reeds zijn ingediend, kunnen worden geweigerd op gronden die niet van te voren zijn bekendgemaakt. Dit staat op gespannen voet met het transparantiebeginsel.3 Hoewel het transparantiebeginsel thans niet onverkort van toepassing lijkt te zijn op de verstrekking van Europese subsidies door Nederlandse bestuursorganen, gaat dit in de toekomst veranderen.4
Hoewel de meeste Nederlandse subsidieregelingen ter uitvoering van Europese subsidieregelingen wel limitatieve weigeringsgronden bevatten, biedt dit in combinatie met een discretionaire bevoegdheid tot subsidieverstrekking niet de gewenste transparantie en rechtszekerheid. Ook als geen van de weigeringsgronden zich voordoet, kan de Europese subsidie immers toch nog worden geweigerd. Om te voldoen aan het transparantiebeginsel zou in de Nederlandse subsidieregelingen ter uitvoering van de Europese subsidieregelingen dan ook een gebonden bevoegdheid tot subsidieverstrekking moeten worden neergelegd, in combinatie met een limitatief aantal (kwalitatieve) selectiecriteria en weigeringsgronden. Een subsidieplafond in combinatie met de in de Wet inzake Europese subsidies neer te leggen discretionaire bevoegdheid dat een Europese subsidie kan worden geweigerd wanneer de honorering daarvan tot gevolg heeft dat het subsidieplafond wordt bereikt, voorkomt dat aanvragen moeten worden gehonoreerd terwijl geen Europese gelden beschikbaar zijn.
Een volgende vraag is hoe specifiek deze weigeringsgronden zouden moeten zijn. In de praktijk is in veel Nederlandse subsidieregelingen ter uitvoering van Europese subsidieregelingen neergelegd dat afwijzend op een aanvraag wordt beslist, indien de aanvraag niet voldoet aan de toepasselijke Europese verordeningen of niet past binnen het OP dan wel wanneer door toewijzing in strijd zou worden gehandeld met voor het Nederlands bestuursorgaan geldende Europese verplichtingen.5 In de vorige paragraaf is ten aanzien van een soortgelijke bepaling in de Subsidieregeling ESF 2007-2013 besproken dat een dergelijke bepaling op gespannen voet staat met de beginselen van transparantie en rechtszekerheid. Zoals reeds in de vorige paragraaf is aangegeven, vereisen deze beginselen dat de weigeringsgronden zo nauwkeurig mogelijk worden geformuleerd.