Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/14.3.3.1:14.3.3.1 § 30 GmbHG niet meer van toepassing
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/14.3.3.1
14.3.3.1 § 30 GmbHG niet meer van toepassing
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS404656:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De derde zin van § 30 GmbHG luidt: “Satz 1 ist zudem nicht anzuwenden auf die Rückgewähr eines Gesellschafterdarlehens und Leistungen auf Forderungen aus Rechtshandlungen, die einem Gesellschafterdarlehen wirtschaftlich entsprechen.”
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het MoMiG heeft een extra zin aan § 30 GmbHG toegevoegd, inhoudende dat betalingen op door aandeelhouders verstrekte leningen niet kwalificeren als uitkering in de zin van dat artikel.1 Dit heeft tot gevolg dat onder het nieuwe recht, anders dan voorheen, het de vennootschap is toegestaan om rente- en aflossingsbetalingen op aandeelhoudersleningen te doen op het moment dat vrij uitkeerbare reserves ontbreken. De vennootschap kan de aandeelhouder niet op grond van § 30 GmbHG tot restitutie van de ontvangen betalingen bewegen, ook niet als de vennootschap enige tijd daarna failleert (zie echter hierna onder 14.3.3.2).
In de toelichting wordt dienaangaande overwogen: “Die Rückzahlung des Gesellschafterkredits ist während des normalen Lebens der Gesellschaft grundsätzlich unproblematisch und wird erst in der Insolvenz kritisch, so dass es wenig Bedarf für andere Instrumente gibt […].”
De vraag rijst of dit uitgangspunt tevens geldt als de vennootschap over de aandeelhouderslening een niet-marktconform rentepercentage verschuldigd is. Indien de vennootschap de aandeelhouder bijvoorbeeld een rentepercentage van 30 procent betaalt, is het mijns inziens verdedigbaar, zeker met oog op de balanstechnische benadering die aan het MoMiG ten grondslag ligt, dat daarin een verdekte winstuitkering schuilgaat die op grond van § 31 GmbHG wel degelijk van de aandeelhouder kan worden teruggevorderd.