Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/14.2.1
14.2.1 Strekking van het vereiste van bepaaldheid
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418023:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Droz, Compétence Judiciaire, p. 126; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 92; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 109; Kropholler, IZVR, p. 518; Kropholler, EZPR, 5' druk, p. 242, nr. 63; Kropholler, EZPR, p. 304; ICillias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 104; Schamp, RW 1988-1989, p. 908; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-484-488; AG Tesauro voor HvJ EG 10 maart 1992, Zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279, par. 13.
MvT Wetsvoorstel 26 855, nr. 3, p. 38; Polak 2005 (T&C Rv), art. 8 Rv, aant. 3.
HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279, r.o. 31; Strikwerda, Overeenkomst in het 1PR, p. 24; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-489.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-489; Baumbach/ Lauterbach, ZPO, p. 76; Schlosser, EZPR, p. 156 en Wirth, NJW 1978, p. 462 noemen diverse voorbeelden. OLG Koblenz 31 juli 1992, RIW 1993, p. 141 heeft na beantwoording van de prejudiciële vragen in de zaak Powell Duffryn/Petereit (HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279) geoordeeld dat de forumkeuze in de statuten van 1B H AG te onbepaald was. De forumkeuze omvatte alle denkbare geschillen tussen aandeelhouders en de organen van de vennootschap. Het BGH heeft bij arrest van 11 oktober 1993, RIW/AWD 1994, p. 237 het arrest van het OLG echter vernietigd en alsnog de forumkeuze voldoende bepaald geacht.
HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279, r.o. 31; Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 104; zie bijv. Rb. Rotterdam 24 september 2003, NIPR 2004, 159 en Rb. Rotterdam 14 december 2005, NIPR 2006, 225.
Rb. Rotterdam 24 september 2003, NIPR 2004, 159.
Krings, Preadvies NVIR 1978, p. 120.
BR 11 januari 1985, NIPR 1985, 288, S&S 1985, 36 bevat een voorbeeld van een geschil waar de bevoegdheid niet goed was geregeld.
HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279, r.o. 31.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a - 489.
HvJ EG 10 maart 1992, Zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279, r.o. 31; Balk, Forumkeuze, p. 20; Diamond, Civil Jurisdiction, p. 146; Ras, TvP 1975, p. 891; Krings, Preadvies NVIR 1978, p. 120; Kropholler, EZPR, 5' druk, p. 242, nr. 63; Kropholler, EZPR, p. 304; Van Houtte, Europese IPR-Verdragen, p. 56; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 92; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 109; Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 104; Reiser, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 60; Schockweiler, Civil Jurisdiction, p. 120; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-484-488.
In essentie gaat het om de vraag wat moet worden verstaan onder de woorden 'welke naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan' (art. 23 EEX-V°/17 Verdrag) en in het Nederlandse commune internationaal privaatrecht 'met betrekking tot een bepaalde rechtsbetrekking' (art. 8 Rv). De eerste vraag luidt derhalve: wat is de strekking van deze zinsnede?
Het vereiste van bepaaldheid is in art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en het Haags Forumkeuzeverdrag opgenomen om te vermijden dat de ene — sterkere — partij voor alle (toekomstige) geschillen een forumkeuze aan de andere — zwakkere — partij oplegt.1 Het Nederlandse commune internationaal privaatrecht sluit hierbij aan. Het vereiste van bepaaldheid is in art. 8 Rv opgenomen om te voorkomen dat partijen afstand doen van hun natuurlijk forum voor een onbeperkt aantal van allerlei geschillen.2
Ik zie echter ook andere doeleinden. Bepaaldheid geldt ongeacht de positie van de partij en haar sterkte of zwakte. Ook gelijkwaardige en sterke partijen kunnen een beroep doen op het ontbreken van het vereiste van bepaaldheid. Allereerst is een belangrijk doel de rechtszekerheid voor partijen en gerechten.3 Een soort 'catch all' forumkeuze is niet geldig.4 Partijen zijn bij de redactie van de forumkeuze tot een precisering en afbakening van het bereik van hun wilsovereenstemming gedwongen.
Deze beperking zullen partijen moeten overeenkomen bij het sluiten van de overeenkomst tot aanwijzing van de bevoegde rechter.
Dit is met name een contractueel aspect. Daarnaast is er een processueel aspect aanwezig, zowel voor de eiser als voor de verweerder. Partijen dienen in staat te zijn op voorhand te kunnen inschatten voor welke rechtsbetrekkingen de forumkeuze zal gelden.5 De eiser zal bij zijn keuze van een gerecht om zijn vordering aanhangig te maken de bevoegdheid van het gerecht of de gerechten op grond van de forumkeuze moeten kunnen inschatten. Beslissend voor de rechter die moet oordelen over zijn bevoegdheid zijn de stellingen van eiser in het inleidende gedingstuk. De vraag voor de rechter is dan of de forumkeuze zich (mede) uitstrekt tot de grondslag van de vordering.6 De bepaaldheid dient echter ook de bescherming van de verweerder in de procedure.7 Zijn rechten in een procedure zijn beter gewaarborgd, indien het toepassingsbereik van de forumkeuze duidelijk is bepaald. De verweerder zal zijnerzijds aan de hand van de stellingen van de eiser moet kunnen nagaan in hoeverre de forumkeuze daadwerkelijk de vorderingen dekt die de eiser aanhangig heeft gemaakt. Eiser, verweerder en de gerechten weten door een bepaald toepassingsbereik beter waar zij aan toe zijn bij aanvang van een procedure.8 Dat voorkomt vragen in de procedure over de reikwijdte van de forumkeuze en verrassingen voor partij en.9
De strekking van de bepaaldheid is derhalve allereerst rechtszekerheid voor partijen en gerechten en ten tweede het beschermen van zwakkere partijen.10 Het vereiste van bepaaldheid tracht te voorkomen dat de forumkeuze zal gelden voor alle geschillen die tussen partijen uit welke hoofde dan ook ontstaan.11