Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/4.2.1
4.2.1 De literatuur
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS596090:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dat is ook mijn bezwaar tegen de literatuursuggestie van Rosenberg 2002, p. 833, noot 6. Het betreft nagenoeg allemaal studies of artikelen die naar mijn idee te hoog gegrepen zijn voor de beginnende lezer.
Newberg & Conte 2004.
Klonoff & Bilich 2000. Volledigheidshalve wijs ik erop dat de wetswijzigingen van december 2003 en van CAFA niet verwerkt zijn in deze uitgave, maar dat maakt het boek voor het begrip van class action niet minder geschikt: de wetswijzigingen bevatten voor het grootste deel codificatie van geldende rechtspraak of praktijk. Deze komen in het boek ook aan bod.
Mulheron 2004.
Mulheron is een aan een Engelse universiteit verbonden Australische die over relevante praktijkervaring beschikt.
Gibbons 2006, p. 339 noemt als concrete voorbeelden onder andere 'the wide divergence of tests for assessing the suitability of cases for class action treatment' en 'the heated debate conceming preliminary assessment of the merits of class action claims’.
In soortgelijke zin Gibbons 2006, p. 338-9, Seymour 2006, p. 238-9.
Seymour 2006, p. 236-8.
Hoe rechtseconomische inzichten en al dan niet daarmee samenhangende empirische of experimentele studies hieraan kunnen bijdragen, heb ik reeds in hoofdstuk 1 toegelicht. Ten overvloede wijs ik erop dat ik de uit de literatuur vergaarde kennis over de werking en de dynamiek van class action in de praktijk ook heb kunnen toetsen door het bijwonen van en kennisuitwisseling in het kader van rechtsvergelijkend opgezette congressen in twee verschillende common law jurisdicties (in Canada in 2002 en in 2005, en in Engeland in 2005), waarin de ervaringen en recente ontwikkelingen in het Amerikaanse regime telkens een referentiepunt vormden.
Het onderdeel over class actions is te raadplegen op <http://users.ugent.be/~gdegeest/7600book.pdf>.
Vooral de elektronische en vrij toegankelijke databank van ssm is een onuitputtelijke bron van recente informatie (<http://www.ssrn.com/>). Intemetsites waarop relevante en betrouwbare studies te vinden zijn, zijn van het National Bureau of Economic Research (<http://www.nber.org/>), Federal Judicial Center (<http://www.fjc.gov/>) en van de (non-profit) RAND Corporation (<http://www.rand.org/>). Op de site van NERA (een commerciële organisatie) zijn regelmatig statistische rapporten te vinden met gegevens over securities class actions. Veel actuele informatie is kosteloos via het net te vinden op de sites van vele belangenorganisaties en instellingen. Maar men dient bedacht te zijn op het vaak subjectieve karakter daarvan. Voorbeelden zijn: <http://www.abanet.org/litigation/home.html>, <http://www.atrafoundation.org/>,<http://www.lawyersandsettlements.com/>,<http://www.web-access.net/~aclark/frames45.htm>, <http://www.classactionlitigation.com/>. Ook via de databanken Lexis, Westlaw en Hein Online is veel literatuur (met name artikelen), wetgeving en rechtspraak met betrekking tot class actions te vinden, maar voor het raadplegen hiervan is een vergoeding verschuldigd.
Gilles 2005, p. 374-5. Andere civielprocesrechtelijke onderwerpen die meer in het algemeen interessant zijn voor rechtseconomen zijn informatie-uitwisseling, formele processtructuur, hoger beroep: Cooter & Ulen 2004, p. 388-444. Zie voorts B ouckaert & De Geest 2000 (in het bijzonder nrs. 70007900).
Voorbeelden zijn de studies van Haymond & West 2003 (gebruiken de 'rent extraction theory' van McChesney die ontwikkeld is om het gedrag van politici te verklaren; zie ook Tzankova 2005, p. 101, noot 339). Rosenberg 2002 en Dana 2005 (gebruiken de `original positron theory' van de Amerikaanse filosoof Rawls) en Minow 1997 (gebruikt inzichten uit de organisatiekunde over het functioneren van `administrative' en `regulatory agencies').
MCL 2004: Te raadplegen op de website van de Federal Judicial Center (
Om precies te zijn door de Federal Judicial Center die vergeleken kan worden met de Nederlandse Raad voor de Rechtspraak.
Een eerste wetenswaardigheid, zeker voor iemand met een `civil law'-achtergrond, is dat veel academische kennis en actuele informatie over het Amerikaanse regime vaak niet in (hand)boeken te vinden is, maar in (omvangrijke) studies, rapporten en artikelen. Deze bevatten een schat aan gegevens. Een nadeel is wel dat de kennis versnipperd is en dat het lang duurt voordat een buitenstaander zicht heeft op de meest relevante en gezaghebbende auteurs, artikelen en studies, en de samenhang daartussen. Een ander probleem is dat de artikelen lastig doorgrond en begrepen kunnen worden door een lezer die niet over enige basiskennis van het wettelijke Amerikaanse regime beschikt.1 Het onderscheid tussen het geldende en het wenselijke recht is niet in alle studies even helder. Handboeken over de regeling blijven daarom voor het vergaren van die basiskennis onmisbaar. Hieronder volgt een aantal suggesties.
De 'class action bijbel' die op het bureau van elke (plaintiff) class action-advocaat te vinden is, is het omvangrijke uit vijfentwintig hoofdstukken bestaande naslagwerk van Newberg en Conte, `Newberg on Class Actions'.2 Het bevat een extensieve en uitermate gedetailleerde bespreking van alle onderdelen van de federale regeling en de daarop betrekking hebbende vaste rechtspraak. Praktijkjuristen zijn de doelgroep. Deze serie is naar mijn mening, mede door haar omvang, met name bruikbaar voor de gevorderde 'liefhebbers' en minder geschikt voor `beginners'. Bovendien zijn Newberg en Conte vooral beschrijvend en minder opiniërend. Mijn indruk is dat controversiële vraagstukken bij hen minder goed uit de verf komen.
Klonoff en Bilich3 doen het anders. Maar het gaat dan ook om een `casebook' Ze dagen de lezer uit door middel van vragen en prikkelende stellingen aan het einde van hun hoofdstukken. Hun (hand)boek richt zich ook op een ander soort publiek. Het wordt voorgeschreven voor de class action classes aan veel Amerikaanse rechten-faculteiten en is compacter. Niettemin geeft het naar mijn mening een beter zicht op de controversiële kwesties en de dynamiek van het instrument — hoewel het studieboek naar Nederlandse maatstaven nog behoorlijk omvangrijk is, het beslaat ruim duizend pagina' s — is het toegankelijk. De auteurs behandelen de stof prikkelend, mede doordat ze heel gericht geselecteerde passages uit belangwekkende uitspraken en daarop betrekking hebbende kritiek en lezenswaardige artikelen in hun hoofdstukken opnemen. Ze besteden bij verschillende problematische vraagstukken aandacht aan argumenten uit zowel de klassieke dogmatische, als de rechtseconomische literatuur, zij het aan de in de laatstgenoemde aan de orde zijnde vragen slechts met mate. Ik mis in het boek, maar ook in andere (hand)boeken over het civiele proces en class actions, wel een uitleg over het gebruik en de rol van rechtseconomische inzichten bij de analyse van de werking van de class action regeling, en een gestructureerde bespreking van de rechtseconomische concepten die daarbij van belang zijn. In een (hand)boek dat gebruikt wordt bij de academische vorming in een rechtsstelsel waarin dergelijke inzichten kennelijk een rol spelen, had een dergelijke insteek niet misstaan. Niettemin zorgt de aanpak van de auteurs ervoor dat het beeld van de werking van de regeling naar mijn mening redelijk compleet is en diepgang heeft.
Het boek van Mulheron4 is vermeldenswaard, omdat het op een thematische wijze het class action mechanisme in drie common law jurisdicties behandelt: Australië, Canada en Amerika. Ook het Engelse regime passeert, als de spreekwoordelijke common law uitzondering op de class action regel, kort de revue. De auteur probeert per thema de hoofdregel te formuleren en belangwekkende modaliteiten in één van de drie rechtsstelsels waar de focus op ligt, te signaleren. Het boek is geschreven door een 'insider' ,5 maar geeft de lezer door de aanpak het gevoel dat het instrument van een afstand wordt bestudeerd. Dit leidt tot verrassende ontdekkingen en tot bijstelling van veronderstellingen over de tegenstelling common-civil law. Zo blijken de nodige verschillen te bestaan binnen de verschillende common law landen,6 terwijl de uitgangspunten die sommige common law rechtsstelsels bij de toepassing van class action blijken te hanteren niet zouden misstaan in civil law rechtsstelsels. Uit academisch oogpunt is het boek van Mulheron waarschijnlijk één van de meest relevante recente (hand)boeken over class actions. Het boek richt zich naar mijn mening echter nog te veel op de wettelijke regelingen en de daarop betrekking hebbende rechtspraak en blijft, hoewel creatief opgezet, daardoor toch nog redelijk 'technisch' en beschrijvend van aard, zonder dat het steeds een beargumenteerd standpunt inneemt ten aanzien van controversiële vraagstukken.7 Een ander punt van kritiek is dat het doel van het boek niet geëxpliciteerd is.8
Veel Amerikaanse studies en artikelen over de class action zijn rechtseconomisch georiënteerd. Voor (onvoorbereide) juristen die in de civil law traditie zijn opgeleid kan dat, samen met het feit dat in de handboeken over class action een inleiding over relevante rechtseconomische concepten en hun toepassingsmogelijkheden ontbreekt, een niet te onderschatten struikelblok opleveren. Deze studies kunnen naar mijn mening echter moeilijk gemist worden in een onderzoek als het onderhavige, waarin ook de uitwerking van de regeling in de praktijk wordt bestudeerd en de dynamiek die de regeling daar tot gevolg heeft.9 Voordat de juridische lezer de rechtseconomische studies over class action op hun waarde kan beoordelen moeten eerst een paar hobbels worden genomen. De Encyclopedia of Law and Economics verkleint de kenniskloof tussen juristen en economen. Zij bevat redelijk toegankelijke inleidende teksten over de rechtseconomische analyse van class actions en is een nuttige informatiebron voor basiskennis met vele verdere verwijzingen.10 De meeste rechtseconomische en empirische papers en studies over verschillende aspecten van de class action regeling worden daardoor, althans op hoofdlijnen, een stuk begrijpelijker. Dat geldt in ieder geval voor de conclusies en verbetervoorstellen. De meest recente studies zijn, overigens net als de Encyclopedia of Law and Economics, vaak te raadplegen op internet.11 Rechtseconomen en rechtseconomisch georiënteerde auteurs blijken, niet geheel verrassend, vooral geïnteresseerd te zijn in de collectieve schikking en in de (financiële) incentives die het gedrag van de verschillende bij het schikkingsproces betrokken partijen beïnvloeden, en in de `opt out' versus 'no exit' deelnemingsmogelijkheid.12
Meer in het algemeen kan worden gesteld dat de verwerking van inzichten uit andere disciplines om de werking van class action te verklaren of te verbeteren in Amerika groot is. Ook de (rechts)filosofie en de organisatiekunde worden geraadpleegd.13
Ten slotte noem ik de Manual for Complex Litigation14 dat een schat aan (praktische) informatie bevat over verschillende vraagstukken die tijdens de behandeling van een class action-verzoek aan bod komen, inclusief de geldende rechtspraak en veel modellen voor de rechtspraktijk. De Manual is geschreven door rechters15 en primair voor rechters (en advocaten) bedoeld, maar kan ook voor academici nuttig zijn.