De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.7.2.2:6.7.2.2 Nederlandse bestuursorganen en de doorwerking van Europese subsidieverplichtingen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.7.2.2
6.7.2.2 Nederlandse bestuursorganen en de doorwerking van Europese subsidieverplichtingen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS397296:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit was bijvoorbeeld aan de orde in de Nederlandse zaak Stichting Rom. Zie HvJEG 21 juni 2007, C-158/06 (Stichting ROM), Jur. 2007, p. 1-5103, AB 2007, 239, m.nt. H. Griffioen en W. den Ouden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoeverre Nederlandse bestuursorganen van mening zijn dat bepalingen uit Europese subsidieverordeningen, Europese besluiten en andere documenten rechtstreeks als subsidieverplichtingen aan de eindontvanger kunnen worden tegengeworpen, is lastig te achterhalen. De Nederlandse subsidieregelgeving ter uitvoering van de Europese subsidieregelgeving en de besluiten waarbij de Europese subsidies worden verleend laten het beeld zien dat alle uit die Europese subsidieregelgeving voortvloeiende verplichtingen worden genoemd, ook als het gaat om bepalingen die rechtstreeks doorwerken in de nationale subsidieverhouding. Het lijkt er dan ook op dat Nederlandse bestuursorganen zoveel mogelijk relevante Europese regels implementeren in het nationale recht — dan wel daar toch in ieder geval een poging toe doen —, zodat wordt voorkomen dat een bepaalde subsidieverplichting niet aan de eindontvanger van de Europese subsidie kan worden tegengeworpen.
Wat betreft de subsidieverplichtingen inzake voorlichting en publiciteit neergelegd in de artikelen 8 en 9 van de Commissieverordening nr. 1828/2006 wordt in hoofdstuk 5 bijvoorbeeld geconcludeerd dat deze rechtstreeks doorwerken in de nationale subsidieverhouding. Zij zijn echter geïmplementeerd in artikel 19 van de Subsidieregeling ESF 2007-2013.
Een uitzondering bestaat voor de Europese subsidies die op grond van Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie worden verstrekt. De nationale agentschappen stellen doorgaans geen eigen nationale regels vast, maar verwijzen naar de Europese programmagidsen.
In gerechtelijke procedures waarin blijkt dat een Europese regel ten onrechte niet is geïmplementeerd in het nationale recht, zal het subsidieverstrekkende bestuursorgaan zich doorgaans op het standpunt stellen dat de Europese regel desondanks aan de eindontvanger moet worden tegengeworpen.1 Een ander standpunt betekent immers dat het Nederlands bestuursorgaan zich niet aan zijn Europese verplichtingen houdt en het risico loopt dat de Europese subsidie uiteindelijk uit eigen middelen moet worden betaald.