Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.1.3:2.1.3 Eenheidszaak
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.1.3
2.1.3 Eenheidszaak
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644939:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het BGB kent verschillende categorieën zaken. De indeling van deze categorieën heeft veel weg van de indeling die de Romeinen toepasten. Een zaak kan, al dan niet natuurlijk, uit één geheel bestaan (einfache Sachen), zoals bijvoorbeeld een plant, een steen en een muntstuk.1 Op een onderdeel of beter gezegd een bestanddeel van een einfache Sache kan geen apart recht rusten. Het recht op de zaak strekt zich uit tot alle bestanddelen van die zaak.
Een zaak kan ook samengesteld zijn uit verschillende delen (zusammengesetzte Sachen). Of op de bestanddelen van de samengestelde zaken afzonderlijke zakelijke rechten kunnen rusten, hangt af van verschillende factoren.2 Die factoren komen later aan bod. Het Romeinse recht kende naast deze twee categorieën zaken (unus spiritus en ex contingentibus) ook nog de zogenaamde universitas rerum. Deze categorie is het Duitse recht vreemd. Het BGB wijst de mogelijkheid af om op deze groep, die de Duitsers een Sachgesammtheit noemen, één zakelijk recht te hebben.3 De eigenaar van een bibliotheek heeft op elke individuele zaak die onder de benaming van zijn bibliotheek valt (Inbegriff), een apart eigendomsrecht. Wil hij zijn eigendomsrecht op bijvoorbeeld zijn boeken geldend maken, dan zal hij de verkrijging van elk boek afzonderlijk moeten bewijzen, omdat:
“(…) nur auf diesem Wege der Gegenstand seines Rechtes sich feststellen läβt.”4
Een enkele revindicatie om een hele kudde of een bibliotheek als zodanig op te eisen, is naar Duits recht dus niet mogelijk.