Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/1.5:1.5 Subonderzoeksvragen
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/1.5
1.5 Subonderzoeksvragen
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630373:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om de eerste twee toetscriteria te kunnen invullen is een analyse van het totaalwinstbeginsel en de fiscale behandeling van sfeerovergangen in de winstsfeer noodzakelijk. Ik zal dit doen door in hoofdstuk 2 het totaalwinstbeginsel te onderzoeken en meer specifiek te beoordelen welke algemeen geldende uitganspunten ten grondslag liggen aan het totaalwinstbeginsel. Vervolgens zal ik in hoofdstuk 3 beoordelen welke regels gelden bij een sfeerovergang. In hoofdstuk 4 zal ik beschrijven welke sfeerovergangen zich in de praktijk voordoen en wat de fiscale consequenties zijn van deze sfeerovergangen. Hierbij zal ik ook onderzoeken of bij alle typen sfeerovergangen dezelfde regels gelden.
Ik zal dit doen aan de hand van de volgende subonderzoeksvragen:
Subonderzoeksvraag 1: Welke uitgangspunten dienen in acht te worden genomen bij het bepalen van de totaalwinst (hoofdstuk 2)?
Subonderzoeksvraag 2: Hoe wordt op basis van het positieve recht de totaalwinst bepaald bij een sfeerovergang van een onderneming (hoofdstuk 3)?
Subonderzoeksvraag 3: Hoe wordt de totaalwinst bepaald bij de verschillende vormen van sfeerovergangen en zijn er sfeerovergangen waar van de hoofdregel (waardering tegen waarde in het economische verkeer) wordt afgeweken (hoofdstuk 4)?
Subonderzoeksvraag 3a: Welke additionele regels gelden er bij een sfeerovergang binnen de Europese Unie (hoofdstuk 4)?
Sfeerovergangen bij ondernemingen zijn uiteraard niet een exclusief Nederlands fiscaal fenomeen. In hoofdstuk 4 zal ik daarom ingaan op de grensoverschrijdende sfeerovergangen (mondiaal en binnen de EU). Daarnaast is in dit onderzoek een beknopte rechtsvergelijking opgenomen met de fiscale regels die gelden in Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk bij een sfeerovergang. Het doel van deze rechtsvergelijking is te onderzoeken hoe in het buitenland een sfeerovergang behandeld wordt en of er in deze landen oplossingen bestaan voor de knelpunten in het Nederlandse systeem die uit mijn onderzoek blijken. Mijn onderzoeksvraag richt zich primair op de sfeerovergang waardoor de subjectieve belastingplicht aanvangt, omdat in de praktijk zich hierbij de meeste problemen voordoen. Bij de rechtsvergelijking heb ik daarom de sfeerovergangsproblemen rond objectieve vrijstellingen buiten beschouwing gelaten. Bij de rechtsvergelijking zal ik kort ingaan op de situatie dat sprake is van een grensoverschrijdende sfeerovergang, omdat door de implementatie van de ATAD-richtlijn er sprake is van harmonisatie van de belastingstelsels op het gebied van de exitheffingen en de grootste knelpunten zijn verholpen binnen de EU. De problematiek van sfeerovergangen waarbij derde landen zijn betrokken, is nog niet geharmoniseerd zodat hier meer problemen zich kunnen voordoen.
Hierbij wordt de volgende subonderzoeksvraag beantwoord:
Subonderzoeksvraag 4: Hoe wordt in Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk het resultaat van de belaste periode bepaald indien de onderneming niet vanaf het moment van oprichting aan de heffing van een winstbelasting is onderworpen? Bieden deze systemen oplossingen voor de tekortkomingen in het Nederlandse systeem (hoofdstuk 5)?
Vervolgens moet het toetsingskader worden geconcretiseerd en dient de geldende wet- en regelgeving te worden getoetst aan het normatieve toetsingskader. Hierbij wordt de volgende subonderzoeksvraag beantwoord:
Subonderzoeksvraag 5: Voldoen de regels voor de sfeerovergang aan de kwaliteitseisen van een goede fiscale regelgeving (hoofdstuk 6)?
Per sfeerovergang zal worden beoordeeld of de geldende regels leiden tot een heffing die in overeenstemming is met de beginselen voor de fiscale winstbepaling van ondernemingen en de kwaliteitseisen van goede fiscale wetgeving. De toetsing zal onder meer plaatsvinden door de toepassing van de fiscale regels te onderzoeken bij de volgende posten op de openingsbalans die in de praktijk regelmatig voorkomen:
Verhuurd vastgoed
Onrendabele investeringen
Schuldverhouding
Overeenkomst van opdracht
Subsidies
Voorzieningen voor anticipatieposten
Aangezien voor de waardering van immateriële activa specifieke wettelijke regels gelden, behandel ik de uitwerking hiervan reeds eerder in het positiefrechtelijke deel (paragraaf 3.5).
Tot slot wordt onderzocht op welke wijze de belastingheffing van ondernemingen bij een sfeerovergang kan worden verbeterd en hoe deze verbeteringen het beste kunnen worden geïmplementeerd. Hierbij wordt de volgende subonderzoeksvraag beantwoord:
Subonderzoeksvraag 6: Op welke wijze kan de belastingheffing van ondernemingen bij een sfeerovergang worden verbeterd en hoe kunnen deze verbeteringen het beste worden geïmplementeerd (hoofdstuk 7)?