Gst. 2007, 92
92. ABRvS 9-3-2005. Bestemmingsplan, recreatieterreinen. Bedrijfsmatige exploitatie. Ruimtelijke relevantie, eigendomseis, exploitatieovereenkomst. ‘Gedoogbepaling’. Art. 10 WRO. Aanlegvergunningenstelsel, bestemming(somschrijving) (Lochem). m.nt. J. M. H. F. Teunissen
RvS 09-03-2005, ECLI:NL:RVS:2005:AS9249, m.nt. J.M.H.F. Teunissen
- Instantie
Raad van State
- Datum
9 maart 2005
- Magistraten
dr. D. Dolman en mrs. M. Oosting en P.C.E. van Wijmen
- Zaaknummer
200402204/1
- Noot
J.M.H.F. Teunissen
- LJN
AS9249
- JCDI
JCDI:ADS699975:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2005:AS9249, Uitspraak, Raad van State, 09‑03‑2005
- Wetingang
Essentie
Bestemmingsplan recreatieterreinen. Eis van bedrijfsmatige exploitatie van (complex) recreatiewoningen kán ruimtelijk relevant zijn. Eigendomseis niet ruimtelijk relevant. Exploitatieovereenkomst als eis voor verhuur recreatiewoning niet ruimtelijk relevant. ‘Gedoogbepaling’ in bestemmingsplan strijdig met art. 10 WRO. Aanlegvergunningenstelsel ten onrechte niet gekoppeld aan bestemming(somschrijving). (Lochem)
Samenvatting
1
Ingevolge art. 4 planvoorschriften is permanente bewoning van een recreatiewoning of kampeermiddel verboden, met dien verstande dat niet wordt opgetreden tegen gebruikers die beschikken over een persoonsgebonden gedoogbeschikking. De laatste zinsnede (‘met dien verstande...’) is strijdig met art. 10 lid 1 WRO, aangezien de WRO niet toelaat in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.