NJ 2004, 11
Immuniteit van jurisdictie. Vervolg op HR 12 november 1999, NJ 2001, 567. Het zeemotorschip ‘Cape May’ had ten tijde van de schadevoorvallen de status van een U.S. auxiliary (militair bevoorradingsschip), zodat ter zake van de vordering van het Havenschap (o.m. wegens schade aan de kademuren) aan de VS immuniteit van jurisdictie toekomt en de VS niet is onderworpen aan de rechtsmacht van de Nederlandse rechter.
Hof Arnhem 26-08-2003, ECLI:NL:GHARN:2003:AJ9988
- Instantie
Hof Arnhem
- Datum
26 augustus 2003
- Magistraten
Houtman, Steeg, Van der Kwaak
- Zaaknummer
2002/888
- LJN
AJ9988
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Internationaal publiekrecht (V)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARN:2003:AJ9988, Uitspraak, Hof Arnhem, 26‑08‑2003
- Wetingang
Essentie
Immuniteit van jurisdictie. Vervolg op HR 12 november 1999, NJ 2001, 567. Het zeemotorschip ‘Cape May’ had ten tijde van de schadevoorvallen de status van een U.S. auxiliary (militair bevoorradingsschip), zodat ter zake van de vordering van het Havenschap (o.m. wegens schade aan de kademuren) aan de VS immuniteit van jurisdictie toekomt en de VS niet is onderworpen aan de rechtsmacht van de Nederlandse rechter.
Partij(en)
De Verenigde Staten van Amerika, te Washington DC, USA, appellante, proc. mr. J.M. Bosnak,
tegen
De publiekrechtelijke rechtspersoon Havenschap Delfzijl/Eemshaven, te Delfzijl, geïntimeerde, niet verschenen.