Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/3.3.3.2
3.3.3.2 Verordening (EEG) nr. 1224/80
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258778:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Besluit van de Raad (80/271/EEG) van 10 december 1979 betreffende de sluiting van de multilaterale overeenkomsten waarover tijdens de handelsbesprekingen 1973 - 1979 overeenstemming is bereikt, Pb. L 71 van 17.03.1980, p. 0001-0002.
Onderdeel II.1 van de Multilaterale overeenkomsten waarover tijdens de handelsbesprekingen 1973-1979 (GATT) overeenstemming is bereikt - Protocol bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel, Pb. L 071 van 17.03.1980, p. 127-128.
Besluit van de Raad (80/271/EEG) van 10 december 1979 betreffende de sluiting van de multilaterale overeenkomsten waarover tijdens de handelsbesprekingen 1973 - 1979 overeenstemming is bereikt, Pb. L 071 van 17.03.1980, p. 0001-0002.
Commissie van de Europese Gemeenschappen, Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de kennisgeving door de lidstaten van de opzegging van het Verdrag nopens de waarde van goederen in Douanezaken van 15 december 1950, COM(79), 247 def.
Verordening (EEG) nr. 1224/80 van de Raad van 28 mei 1980 inzake de douanewaarde van de goederen, PB L 134 van 31.5.1980, p. 1, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 4046/89, Pb. L 388 van 30.12.1989, p. 27.
Artikel 22, lid 1, Verordening (EEG) nr. 1224/80 van de Raad van 28 mei 1980 inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. L 134 van 31.5.1980, p. 1, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 4046/89, Pb. L 388 van 30.12.1989, p. 27.
Artikel 1, lid 5, Verordening (EEG) nr. 3193/80 van de Raad van 8 december 1980 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1224/80 inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. L 333/2 van 11/12/1980, p. 1-2.
Verordening (EEG) nr. 1493/80 van de Commissie van 11 juni 1980 houdende verlenging, bij wijze van overgangsmaatregel, van de geldigheidsduur van sommige krachtens Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad aangenomen verordeningen, Pb. L 154 van 21.06.1980, p. 1-2. Het gaat daarbij om Verordening (EEG) nr. 1150/70, Verordening (EEG) nr. 1570/70, Verordening (EEG) nr. 1641 /75, Verordening (EEG) nr. 1025/77, Verordening (EEG) nr. 1033/77 en Verordening (EEG) nr. 2741 /78.
Het gaat daarbij om Verordening (EEG) nr. 1570/70 en Verordening (EEG) nr. 1641/75, waarvan de geldigheidsduur is verlengd naar aanleiding van Verordening (EEG) nr. 3295/80 van de Commissie van 18 december 1980 houdende verlenging, bij wijze van overgangsmaatregel, van de geldigheidsduur van enkele krachtens Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad aangenomen verordeningen, Pb. L 344 van 19.12.1980, p. 12.
De vindplaatsen van de aangehaalde toepassingsverordeningen zijn per toepassingsverordening opgenomen in een voetnoot. Daarin is tevens opgenomen, voor zover dit het geval is, door welke verordening de toepassingsverordening voor het laatst in de periode tot aan 1 januari 1994 is gewijzigd en/of door welke verordening de toepassingsverordening in voornoemde periode is vervangen.
Verordening (EEG) nr. 1494/80 van de Commissie van 11 juni 1980 betreffende de noten voor de interpretatie en de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen voor de douanewaarde, Pb. L 154 van 21.6.1980, p. 3-13.
Verordening (EEG) nr. 1496/80 van de Commissie van 11 juni 1980 betreffende de aangifte van gegevens inzake de douanewaarde en de over te leggen stukken, Pb. L 154 van 21/06/1980, p. 16-20, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 979/93 van de Commissie van 26 april 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1496/80 betreffende de aangifte van gegevens inzake de douanewaarde en de over te leggen stukken, Pb. L 101 van 27.04.1993, p. 7.
Verordening (EEG) nr. 1495/80 van de Commissie van 11 juni 1980 betreffende de toepassing van sommige bepalingen van de artikelen 1, 3 en 8 van Verordening (EEG) nr. 1224/80 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. L 154 van 21.06.1980, p. 14-15, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) Nr. 558/91 van de Commissie van 7 maart 1991 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1495/80 betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1224/80 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. L 62 van 08.03.1991, p. 24-25.
Verordening (EEG) nr. 3177/80 van de Commissie van 5 december 1980 betreffende de plaats van binnenkomst in aanmerking te nemen overeenkomstig artikel 14, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1224/80 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. L 335 van 12.12.1980, p. 1-2, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2779/90 van de Commissie van 27 september 1990 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3177/80 betreffende de plaats van binnenkomst in aanmerking te nemen overeenkomstig artikel 14, LID 2, van Verordening (EEG) nr. 1224/80 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. L 267 van 29.09.1990, p. 36.
Verordening (EEG) nr. 3179/80 van de Commissie van 5 december 1980 betreffende de portokosten die in aanmerking moeten worden genomen voor de bepaling van de douanewaarde van met de post verzonden goederen, Pb. L 335 van 12.12.1980, p. 62–63, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1264/90 van de Commissie van 14 mei 1990 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3179/80 betreffende de portokosten die in aanmerking moeten worden genomen voor de bepaling van de douanewaarde van met de post verzonden goederen, Pb. L 124 van 15.05.1990, p. 32-33.
Verordening (EEG) nr. 3178/80 van de Commissie van 5 december 1980 betreffende de in de douanewaarde te begrijpen luchtvrachtkosten, PB L 335 van 12.12.1980, p. 3–61, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 321/85 van de Commissie van 6 februari 1985 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3178/80 betreffende de in de douanewaarde te begrijpen luchtvrachtkosten, Pb. L 34 van 07.02.1985, p. 34-35 en per 1 januari 1986 vervangen door Verordening (EEG) nr. 3579/85 van de Commissie van 16 december 1985 betreffende de in de douanewaarde te begrijpen luchtvrachtkosten, Pb. L 347 van 23.12.1985, p. 2-51, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2839/90 van de Commissie van 27 september 1990 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3579/85 betreffende de in de douanewaarde te begrijpen luchtvrachtkosten en per 1 januari 1993 vervangen door Verordening (EEG) nr. 3903/92 van de Commissie van 21 december 1992 betreffende de in de douanewaarde te begrijpen luchtvrachtkosten, Pb. L 393 van 31.12.1992, p. 1-59.
Verordening (EEG) nr. 1577/81 van de Commissie van 12 juni 1981 houdende invoering van een systeem van vereenvoudigde procedures voor de bepaling van de douanewaarde van bepaalde aan bederf onderhevige goederen, Pb. L 154 van 13.06.1981, p. 26-33, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3334/90 van de Commissie van 20 november 1990 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1577/81 houdende invoering van een systeem van vereenvoudigde procedures voor de bepaling van de douanewaarde van bepaalde aan bederf onderhevige goederen, Pb. L 321 van 21.11.1990, p. 6-10.
Verordening (EEG) nr. 3158/83 van de Commissie van 9 november 1983 betreffende de invloed van royalty' s en licentierechten op de douanewaarde, Pb. L 309 van 10.11.1983, p. 19-20.
Verordening (EEG) nr. 1766/85 van de Commissie van 27 juni 1985 betreffende de bij de bepaling van de douanewaarde te gebruiken wisselkoersen, Pb. L 168 van 28.06.1985, p. 21-22, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) Nr. 593/91 van de Commissie van 12 maart 1991 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1766/85 betreffende de bij de bepaling van de douanewaarde te gebruiken wisselkoersen, Pb. L 66 van 13.03.1991, p. 14-15.
De Europese Commissie heeft op basis van artikel 228 EEG-verdrag de bevoegdheid om namens de EEG-lidstaten te onderhandelingen over internationale overeenkomsten, indien het EEG-verdrag voorziet in het sluiten van overeenkomsten tussen de EEG en één of meer Staten of een internationale organisatie. Indien de EEG een dergelijke bevoegdheid toekomt en uit dien hoofde een overeenkomst sluit, is deze bindend ten aanzien van alle lidstaten van de EEG. De EEG komt de bevoegdheid toe om overeenkomsten in GATT-verband te sluiten. Daarbij merk ik op dat artikel 22 van de Tokyo-overeenkomst de overeenkomst openstelt voor aanvaarding door ondertekening van niet alleen verdragsluitende partijen bij de GATT, maar ook voor een supranationale organisatie als de EEG. Op 10 december 1979 heeft de EEG bij besluit namens haar lidstaten besloten om de Tokyo-overeenkomst goed te keuren (onderdeel 3.2.3).1 De EEG heeft daaropvolgend op 1 november 1979 de Tokyo-overeenkomst2 ondertekend te Genève. Bij de inwerkingtreding van de Tokyo-overeenkomst werd gelijktijdig het Protocol3, dat beschouwd kan worden als bestanddeel van de Tokyo-overeenkomst, van kracht.4
Zoals in onderdeel 3.2.2.2 is weergeven, wijkt de wijze waarop de douanewaarde onder de Tokyo-overeenkomst wordt vastgesteld, af van de BWD. De ondertekening van de Tokyo-overeenkomst door de EEG bracht met zich dat iedere EEG-lidstaat afzonderlijk het Verdrag van Brussel moest opzeggen.5 Ondanks het feit dat de Tokyo-overeenkomst met ingang van 1 januari 1981 in werking is getreden, heeft de EEG net als de Verenigde Staten besloten om reeds op 1 juli 1980 de nieuwe waardebepalingen inzake douanezaken in te voeren.6 Vanwege de formele aspecten, en in het bijzonder de tijdsduur tussen de kennisgeving en de daadwerkelijke beëindiging van de contractsrelatie, heeft de Europese Commissie op 10 mei 1979 een voorstel voor een besluit ingediend betreffende de kennisgeving door de EEG-lidstaten voor het opzeggen van het Verdrag van Brussel.7 Verder wordt in voornoemde kennisgeving aangegeven dat het feit dat de EEG de Tokyo-overeenkomst heeft getekend, met zich brengt dat het communautair douanerecht moet worden aangepast. Daaraan heeft de Raad gevolg gegeven door de Tokyo-overeenkomst om te zetten in Verordening (EEG) 1224/808, die Verordening (EEG) 803/68 vervangt.9 In tegenstelling tot laatstgenoemde verordening berust Verordening (EEG) 1224/80 op artikel 113 van het EEG-verdrag in plaats van artikel 235 EEG-verdrag.
In beginsel zijn de toepassingsverordeningen die krachtens Verordening (EEG) 803/68 zijn vastgesteld en zijn opgenomen in onderdeel 3.3.3.1, met ingang van 1 juli 1980 ingetrokken. Hierop zijn een tweetal uitzonderingen geformuleerd. Ten eerste zijn bepalingen aangaande de bepaling van de douanewaarde van bepaalde aan bederf onderhevige goederen tot 31 december 1980 van toepassing overeenkomstig artikel 22, lid 5, Verordening (EEG) 1224/80. Deze datum is uiteindelijk verlengd tot 30 juni 1981.10 Daarnaast is, ten tweede, in artikel 22, lid 4, Verordening (EEG) 1224/80 bepaald dat de geldigheidsduur van toepassingsverordeningen die krachtens Verordening (EEG) 803/68 zijn vastgesteld, mag worden verlengd voor ten hoogste zes maanden. Het gebruik van deze overgangsmaatregel moet zijn gestoeld op redenen van technische aard. Voor een aantal toepassingsverordeningen is van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en is de geldigheidsduur tot 31 december 1980 verlengd.11 Voor een aantal toepassingsverordeningen met betrekking tot aan bederf onderhevige goederen is de termijn nog tot 30 juni 1981 verlengd na de introductie van artikel 16bis, lid 4, in Verordening (EEG) 1224/80.12
Nadien zijn krachtens Verordening (EEG) 1224/80 de volgende verordeningen vastgesteld ter bepaling van de douanewaarde:13
Verordening (EEG) nr. 1494/80 van de Commissie van 11 juni 1980 betreffende de noten voor de interpretatie en de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen voor de douanewaarde;14
Verordening (EEG) nr. 1496/80 van de Commissie van 11 juni 1980 betreffende de aangifte van gegevens inzake de douanewaarde en de over te leggen stukken;15
Verordening (EEG) nr. 1495/80 van de Commissie van 11 juni 1980 betreffende de toepassing van sommige bepalingen van de artikelen 1, 3 en 8 van Verordening (EEG) nr. 1224/80 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen;16
Verordening (EEG) nr. 3177/80 van de Commissie van 5 december 1980 betreffende de plaats van binnenkomst in aanmerking te nemen overeenkomstig artikel 14, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1224/80 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen;17
Verordening (EEG) nr. 3179/80 van de Commissie van 5 december 1980 betreffende de portokosten die in aanmerking moeten worden genomen voor de bepaling van de douanewaarde van met de post verzonden goederen;18
Verordening (EEG) nr. 3178/80 van de Commissie van 5 december 1980 betreffende de in de douanewaarde te begrijpen luchtvrachtkosten;19
Verordening (EEG) nr. 1577/81 van de Commissie van 12 juni 1981 houdende invoering van een systeem van vereenvoudigde procedures voor de bepaling van de douanewaarde van bepaalde aan bederf onderhevige goederen;20
Verordening (EEG) nr. 3158/83 van de Commissie van 9 november 1983 betreffende de invloed van royalty' s en licentierechten op de douanewaarde;21
Verordening (EEG) nr. 1766/85 van de Commissie van 27 juni 1985 betreffende de bij de bepaling van de douanewaarde te gebruiken wisselkoersen.22