Einde inhoudsopgave
Besluit activiteiten leefomgeving - Nota van toelichting
§ 3.3.7 Complexe minerale industrie
Geldend
Geldend vanaf 31-08-2018
- Bronpublicatie:
03-07-2018, Stb. 2018, 293 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
31-08-2018
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
03-07-2018, Stb. 2018, 293 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Algemeen
Omgevingsrecht / Omgevingswet
Artikel 3.69 (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Dit artikel geeft aan dat het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het verrichten van een aantal handelingen met minerale stoffen milieubelastende activiteiten zijn waarvoor de hoofdstukken 2 tot en met 5 gelden. Via de combinatie van dit artikel met artikel 3.1 is het lozen vanuit deze activiteiten een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk waarvoor deze hoofdstukken gelden.
De rijksoverheid stelt regels aan deze activiteiten ter uitvoering van Europese regelgeving en om een gelijk speelveld en gelijk beschermingsniveau te waarborgen. De regels bestaan vooral uit Europeesrechtelijke verplichtingen. Alle vormen van nadelige gevolgen voor het milieu die onder de oogmerken voor de milieubelastende activiteit van dit besluit vallen komen bij deze activiteiten voor.
Het gaat in Nederland om circa 30-40 bedrijven. Het betreft bedrijven voor:
- —
Het maken van cement, cementklinkers, ongebluste kalk, magnesiumoxide;
- —
Het maken van glas of glasvezels;
- —
Het smelten van minerale stoffen;
- —
Het maken van koolstof of elektrografiet door verbranding of grafitisering.
In het laatste geval (koolstof of elektrografiet) gaat het altijd om ippc-installaties. Het winnen van asbest of het verwerken van asbestproducten is wel aangewezen als milieubelastende activiteit, maar vindt niet plaats in Nederland.
Door het gebruik van het begrip ‘ippc-installatie’ en ‘andere milieubelastende installatie’ omvatten de milieubelastende activiteiten in het eerste lid ook de activiteiten die technisch én milieuhygiënisch daarmee zijn verbonden. Zie paragraaf 5.2.1 van de algemene toelichting voor een verdere toelichting over het installatiebegrip.
Door de toevoeging van functioneel ondersteunende activiteiten in het tweede lid omvat de aanwijzing het hele bedrijf. Functioneel ondersteunende activiteiten zijn activiteiten die ten dienste staan van het exploiteren van de ippc-installatie of de andere milieubelastende installatie en dit ook mogelijk maken. Functioneel ondersteunen is breed bedoeld en omvat naast technische ondersteuning van de kernactiviteit ook facilitaire voorzieningen zoals een centrale persluchtvoorziening of een laboratorium, facilitaire diensten zoals onderhoud, administratie of beveiliging, en faciliteiten voor personeel en bezoekers zoals een kantine, showroom of parkeerterrein.
Artikel 3.70 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen) [artikel 5.1, tweede lid, van de wet]
Dit artikel wijst een bedrijf in de minerale industrie aan als geval waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Het betreft een complex bedrijf waarvoor gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn, en waar vanuit het Omgevingsbesluit de ‘eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag’ regeling op van toepassing is.
De aanwijzing van de vergunningplicht omvat zowel de vergunningplicht voor de milieubelastende activiteit, als de vergunningplicht voor de bijbehorende lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk.
Artikel 3.71 (algemene regels)
Dit artikel geeft aan welke paragrafen met regels gelden voor een bedrijf dat valt binnen de minerale industrie. Dit betreft complexe bedrijven die altijd volledig onder een vergunningplicht vallen. Dit artikel wijst maar voor een klein deel van het bedrijf regels aan; het merendeel van de voorschriften zal in de vergunning staan. Daarnaast zullen paragrafen uit afdeling 3.2 gelden.
De paragrafen over het exploiteren van een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie, het eindonderzoek bodem en het PRTR-verslag implementeren Europese regels. Voor een nadere toelichting op de consequenties van het PRTR-verslag wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij paragraaf 5.3.1.
De regels voor het eindonderzoek bodem (paragraaf 5.2.1) gelden zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie. De verplichting geldt dus niet voor het hele bedrijf met functioneel ondersteunende activiteiten, maar alleen voor de ippc-installatie. Paragraaf 5.4.4 geeft algemene eisen voor emissies in de lucht. Paragraaf 5.4.4 geeft algemene eisen voor emissies in de lucht, maar geldt niet voor de activiteit in het eerste lid, omdat de daar aangewezen paragraaf al specifieke eisen aan emissies stelt.