Prg. 2006, 106
Bij indeplaatsstelling van huurder van bedrijfspand vervalt de door een derde in de originele huurovereenkomst verstrekte borgstelling voor nakoming door de huurder, tenzij die derde met de indeplaatsstelling op de hoogte was en met de handhaving van de borgstelling ter zake de nakoming door de nieuwe huurder heeft ingestemd.
Rb. Zwolle-Lelystad 16-11-2005, ECLI:NL:RBZLY:2005:AX2211, m.nt. P. Abas
- Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Datum
16 november 2005
- Magistraten
Mr. G.P. Loman
- Zaaknummer
104330HAZA04-1693
- Noot
P. Abas
- LJN
AX2211
- JCDI
JCDI:ADS873248:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBZLY:2005:AX2211, Uitspraak, Rechtbank Zwolle-Lelystad, 16‑11‑2005
- Wetingang
BW art. 3:7; BW art. 6:142 lid 1; BW art. 6:157 lid 2
Essentie
Huurrecht. Kan verhuurder met succes een derde, die zich borg heeft gesteld voor de betaling van de huurpenningen, aanspreken tot betaling, indien de oorspronkelijke huurder van bedrijfsruimte door uitdrukkelijke dan wel stilzwijgende indeplaatsstelling is opgevolgd door een nieuwe huurder, die huurschuld maakt?
Dat kan uitsluitend als die derde er mee heeft ingestemd dat de borgstelling ook na de huurderswisseling gehandhaafd blijft.
Samenvatting
In mei 2000 verhuurt Vastgoed Dronten BV aan Benny Brouwer The Bike Company BV een bedrijfsruimte in Zwolle voor vijf jaar, met een mogelijke verlenging van nogmaals vijf jaar. In het huurcontract staat een bepaling, dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.