Einde inhoudsopgave
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/4.3.2.1
4.3.2.1 Het concept van de rechtsbetrekking
J.L.F. Groenhuijsen, datum 13-02-2024
- Datum
13-02-2024
- Auteur
J.L.F. Groenhuijsen
- JCDI
JCDI:ADS946133:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Achterberg 1982, p. 31. Dat zijn definitie algemeen is aanvaard, wordt onder meer gesteld door: Crijns 2010, p. 223 en 230. Zie ook Schalken 1987, p. 7, Cleiren & Van Male 1994, p. 50 en Gribnau 1998, p. 113.
Achterberg 1982, p. 33 en 55. Zie hierover ook: Crijns 2010, p. 228.
Achterberg 1982, p. 35, 58 en 74
Crijns 2010, p. 230.
Gribnau 1998, p. 114.
Achterberg 1982, p. 43-44 en p. 76-77.
Achterberg 1982, p. 85.
Gribnau 1998, p. 123-126. Zie ook: Crijns 2010, p. 244-248. Crijns onderscheidt op dezelfde wijze als Gribnau tussen symmetrische en asymmetrische rechtsbetrekkingen, maar wijst er tevens op dat Achterberg deze termen gebruikt voor een ander onderscheid. Achterberg duidt met dit begrippenpaar de mate waarin rechten van het ene rechtssubject corresponderen met de plichten van het andere rechtssubject. Zie Achterberg 1982, p. 39-40, 61-63 en 75-76.
Crijns 2010, p. 248-259.
Crijns 2010, p. 244.
Eerst dient duidelijk te zijn wat onder het concept van de rechtsbetrekking moet worden begrepen, alvorens de relaties die betrokken zijn bij klachtdelicten in dat kader kunnen worden geplaatst. De standaarddefinitie van een rechtsbetrekking – ontleend aan Achterberg – is een door het recht geregelde verhouding tussen rechtssubjecten.1 Deze definitie bevat slechts twee onderscheidende elementen. Het betreft ten eerste een betrekking die door het recht wordt vormgegeven. Volgens Achterberg bestaan naast rechtsbetrekkingen ook morele en maatschappelijke betrekkingen. Het bereik van rechtsnormen en morele normen beschrijft hij als twee elkaar deels overlappende cirkels, waarbij beide cirkels volledig binnen het bereik vallen van de cirkel die maatschappelijke normen representeert.2 Het tweede wezenlijke onderdeel van bovenvermelde definitie is dat meerdere rechtssubjecten bij die relatie zijn betrokken. Daarbij onderscheidt Achterberg tussen bipolaire rechtsbetrekkingen, waarbij twee rechtssubjecten zijn betrokken en multipolaire rechtsbetrekkingen, waaraan meer dan twee rechtssubjecten deelnemen.3
Crijns benoemt daarnaast een belangrijk onderscheid dat niet tot uitdrukking komt in de definitie van Achterberg: het onderscheid tussen algemene, latente rechtsbetrekkingen enerzijds en actuele, concrete rechtsbetrekkingen anderzijds. De algemene rechtsbetrekking kan zich tot een steeds concretere rechtsbetrekking ontwikkelen met duidelijke rechten en verplichtingen voor de betrokken subjecten door handelingen en gebeurtenissen die rechtsgevolgen doen intreden.4 Gribnau schrijft dat rechtsbetrekkingen als het ware kunnen worden geactiveerd en geactualiseerd.5 De rechtsbetrekking is dus een dynamische constructie die door tijdsverloop en gewijzigde omstandigheden aan verandering onderhevig is.
Hoewel dit niet expliciet blijkt uit de definitie van Achterberg, houdt zijn gedachtegoed wel verband met en biedt ruimte voor de idee van latente en concrete rechtsbetrekkingen. Zo onderscheidt hij tussen Volldetermination en Teildetermination.6 Bij Volldetermination ontstaat vanwege een wettelijke norm onder bepaalde omstandigheden direct een rechtsbetrekking tussen twee of meer rechtssubjecten. Bij Teildetermination creëert de wettelijke norm slechts ruimte voor een rechtsbetrekking die in potentie tussen rechtssubjecten kan ontstaan. In dit verband onderscheidt Achterberg ook tussen unmittelbare Normdetermination en mittelbare Normdetermination.7 Bij eerstgenoemde wordt de rechtsbetrekking ingevuld door de rechtsnorm zonder dat de wens van de betrokken rechtssubjecten daarop van invloed is, terwijl bij laatstgenoemde de rechtsnorm gelegenheid biedt aan rechtssubjecten tot vestiging en invulling van de rechtsbetrekking. Volgens Achterberg is daarbij geen sprake van afgebakende categorieën. Het gaat om de idee dat bepaalde rechtsnormen meer gelegenheid bieden aan de betrokken rechtssubjecten om de totstandkoming en invulling van rechtsbetrekkingen te beïnvloeden en dat die ruimte voor rechtssubjecten bij andere rechtsnormen meer gering is.
Rechtsbetrekkingen worden met behulp van een aantal begrippenparen nader gecategoriseerd. Zo onderscheidt men allereerst tussen symmetrische en asymmetrische betrekkingen. In het geval rechtssubjecten de juridische relatie in gelijke mate kunnen beïnvloeden is sprake van een symmetrische rechtsbetrekking. Die betrekking wordt steeds meer asymmetrisch naarmate één van de rechtssubjecten meer invloed kan uitoefenen op de invulling daarvan dan de andere rechtssubjecten. De mate waarin de verschillende bij een rechtsbetrekking betrokken rechtssubjecten in staat zijn invloed uit te oefenen op het ontstaan, de inhoud en de beëindiging van een rechtsbetrekking geeft dus invulling aan de (a)symmetrie van die rechtsbetrekking.8 Ook wordt gedifferentieerd tussen eenzijdige en wederkerige rechtsbetrekkingen. Dit onderscheid ziet op de wijze waarop en de mate waarin de rechten en plichten binnen de rechtsbetrekking over de daarbij betrokken rechtssubjecten zijn verdeeld.9 Bij de (a)symmetrie van de rechtsbetrekking ligt de nadruk dus op de rechtssubjecten en hun (on)mogelijkheden om de rechtsbetrekking te veranderen, terwijl het verschil tussen eenzijdige en wederkerige betrekkingen ziet op de inhoud van de rechtsbetrekking. Dit betekent dat in het geval dat rechten en plichten in gelijke mate tussen twee partijen zijn verdeeld, maar slechts één van beide partijen de gelegenheid heeft die rechten en plichten te wijzigen, de rechtsbetrekking een asymmetrisch en wederkerig karakter heeft. Ten derde wordt de tegenstelling horizontaliteit en verticaliteit gebruikt om te onderscheiden tussen privaatrechtelijke en publiekrechtelijke verhoudingen.10 Met horizontale betrekkingen wordt gedoeld op betrekkingen op privaatrechtelijk vlak, omdat de betrokken partijen (in beginsel) gelijk zijn. Bij verticale betrekkingen, waaraan een onderdeel van de overheid deelneemt, is daarentegen sprake van een ongelijke verhouding tussen de rechtssubjecten vanwege de bijzondere rechtspositie die de overheid inneemt.