De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.3.5:5.3.5 De door de schaderegelaar te bieden dekking naar Nederlands recht
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.3.5
5.3.5 De door de schaderegelaar te bieden dekking naar Nederlands recht
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS401860:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De schaderegelaar vindt naar Nederlands recht zijn regeling in art. 4:70 lid 2 e.v. Wft. Elke verzekeraar met zetel in Nederland, dan wel met zetel in een niet-lidstaat die vanuit een bijkantoor in Nederland de branche WA-motorrijtuigen uitoefent, dient in elke andere lidstaat een schaderegelaar aan te stellen. Hetzelfde geldt op grond van art. 4:71 Wft voor schadeverzekeraars die vanuit een niet-lidstaat de branche in vrijheid van dienstverrichting in Nederland willen uitoefenen. Dat betekent dat de regeling in de Wft alleen van belang is voor buitenlandse slachtoffers van ongevallen die in een andere lidstaat dan die van hun woonplaats zijn veroorzaakt en waarvoor een verzekeraar als bedoeld in art. 4:70 en 71 Wft kan worden aangesproken. Nederlandse ingezetenen die in een andere lidstaat slachtoffer worden van een ongeval waarvoor zij een verzekeraar met vestiging of bijkantoor in een andere lidstaat willen aanspreken zullen zich voor wat betreft hun rechten ten opzichte van de schaderegelaar van die verzekeraar moeten baseren op de wet van de lidstaat van vestiging (of van het bijkantoor). Bij het volgende dient dit in het oog te worden gehouden.
Ten aanzien van de omvang van het mandaat van de schaderegelaar merkt de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wam en de (toenmalige) Wet financiële dienstverlening (Wfd) aan de Richtlijn op dat de schaderegelaar voldoende bevoegdheden moet hebben om de verzekeraar tegenover de slachtoffers te vertegenwoordigen en hun verzoeken volledig af te handelen; dat omvat ook het uitkeren van de schadevergoeding.1 In de nota naar aanleiding van het verslag valt te lezen, dat het niet nodig is dat de schaderegelaar contact opneemt met het hoofdkantoor van de verzekeraar, omdat hij over voldoende bevoegdheden dient te beschikken om de verzekeraar te vertegenwoordigen.2 Deze opvatting lijkt wat optimistisch. Bevoegdheden bezitten is één kant van de medaille. Voor het regelen van een schade is echter ook kennis van de feiten en kennis van het aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht vereist. Als de schaderegelaar informatie nodig heeft omtrent de toedracht van het ongeval, zoals een politierapport of een proces-verbaal, getuigenverklaringen, of wellicht medische informatie die in het ongevalsland aanwezig is, zal hij deze bij de verzekeraar moeten kunnen opvragen. Ook is zeer wel denkbaar dat de schaderegelaar voorgelicht moet worden omtrent het aansprakelijkheids- of schadevergoedingsrecht in het land van het ongeval, in het bijzonder bij zware letselschade. Bedacht moet worden dat de door Nederlandse verzekeraars in andere lidstaten aangestelde schaderegelaars schadegevallen moeten regelen die (doorgaans) in Nederland hebben plaatsgevonden en dat zij dus voor hen vreemd recht moeten toepassen. Zie in dat verband ook de opmerking in het Commissievoorstel voor de 4e Richtlijn, geciteerd in paragraaf 5.33, waaruit blijkt dat volledige kennis van het toepasselijk recht in redelijkheid niet van de schaderegelaar mag worden verwacht. Niet valt in te zien waarom hij daaromtrent dan geen contact zou mogen opnemen met de verzekeraar. De grens met het kennelijk door de Richtlijn niet geoorloofde toestemming vragen voor het erkennen van aansprakelijkheid wordt dan echter wel vaag.
Het spiegelbeeld van de door de Nederlandse verzekeraar in de andere lidstaten aangestelde schaderegelaars is de door de verzekeraar gevestigd in een andere lidstaat in Nederland aangestelde schaderegelaar. In overeenstemming met hetgeen in paragraaf 4.7.5 is betoogd, dient de vertegenwoordigingsverhouding naar het recht van het land van vestiging van deze schaderegelaar te worden beoordeeld, maar de verplichting om hem aan te stellen, vloeit voort uit de wet van de lidstaat van vestiging van de verzekeraar. Ook de sancties op overtreding van de door de Richtlijn voorgeschreven drie-maandsprocedure vloeien uit die wet voort.