Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/6.3.1:6.3.1 § 548 BC: vernietiging van overdrachten en verplichtingen
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/6.3.1
6.3.1 § 548 BC: vernietiging van overdrachten en verplichtingen
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS406891:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onder het begrip ‘overdracht’ valt ook het aangaan van een schuld. In het hiernavolgende wordt kortheidshalve met de term ‘overdracht’ ook het aangaan van een schuld bedoeld.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De kern van de regeling is neergelegd in § 548 BC, waarin is bepaald dat de curator elke overdracht (transfer)1 die de schuldenaar binnen twee jaar voor faillissement heeft verricht, kan vernietigen op twee mogelijke gronden. Ten eerste kan een overdracht worden vernietigd als de schuldenaar daarbij het oogmerk had om crediteuren te benadelen. De tweede grond voor vernietiging vereist dat de overdracht is geschied tegen minder dan een gelijkwaardige vergoeding (less than reasonably equivalent value), en daarnaast dat sprake is van één (of meer) van de volgende drie situaties:
de schuldenaar was insolvent ten tijde van de overdracht of werd door de overdracht insolvent;
de schuldenaar ontplooide ondernemingsactiviteiten of was voornemens dat te doen, waarvoor het na de overdracht resterende vermogen kwalificeert als een onredelijk klein vermogen (unreasonably small capital), of;
de schuldenaar beoogde verplichtingen aan te gaan, althans wist dat hij verplichtingen aanging, die hij niet zou kunnen voldoen op het moment dat deze opeisbaar zouden worden.
§ 548 BC bepaalt:
(a)(1) The trustee may avoid any transfer (including any transfer to or for the benefit of an insider under an employment contract) of an interest of the debtor in property, or any obligation (including any obligation to or for the benefit of an insider under an employment contract) incurred by the debtor, that was made or incurred on or within 2 years before the date of the filing of the petition, if the debtor voluntarily or involuntarily:
(A) made such transfer or incurred such obligation with actual intent to hinder, delay, or defraud any entity to which the debtor was or became, on or after the date that such transfer was made or such obligation was incurred, indebted; or
(B) (i) received less than a reasonably equivalent value in exchange for such transfer or obligation; and (ii)
(I) was insolvent on the date that such transfer was made or such obligation was incurred, or became insolvent as a result of such transfer or obligation;
(II) was engaged in business or a transaction, or was about to engage in business or a transaction, for which any property remaining with the debtor was an unreasonably small capital;
(III) intended to incur, or believed that the debtor would incur, debts that would be beyond the debtor’s ability to pay as such debts matured […].
Vanaf paragraaf 6.5 zal nader worden ingegaan op de invulling die in de rechtspraak is gegeven aan deze vereisten voor aantasting van een fraudulent transfer.