Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VI.B.13
VI.B.13. Casus III. De boedelberedderaar-'inboedelverdeler'
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS407186:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Aangezien de bovengrens van erflater lager zou kunnen liggen dan de bovengrens van de 'on-dergrens-bovengrensregel', zou men bij het gebruik van de term boedelberedderaar deze algemene toets toch ook nog kunnen toepassen en wel om het zekere voor het onzekere te nemen.
Voorzichtig merk ik op dat wellicht de hiervoor aangestipte alternatieve praktische oplossing dienst zou kunnen doen, en de executeur zou kunnen verklaren bij de aanvaarding van zijn functie dat hijde functie aanvaardt zonder de bevoegdheid tot inboedelverdeling?
Een andere casus. Naast de gebruikelijke executeursbenoeming met bezit, waarbij de executeur tevens als boedelberedderaar wordt aangemerkt, heeft erflater opgenomen dat de boedelberedderaar ook bevoegd is naar eigen inzicht de verdeling van de inboedel te bewerkstelligen. Ook deze nalatenschap valt weer onder het nieuwe recht open.
Over deze clausule kan ik kort zijn.
Stap I
Naast het van toepassing zijn van art. 133 Ow,1 waardoor 'bezit' 'beheer' wordt, dient hierna (stap III) tevens gekeken te worden ofer sprake is van testamentair bewind op grond van de door de wetgever gehanteerde materiele invalshoek.
Stap II
De toepassing van de algemene 'ondergrens-bovengrensregel' is in beginsel weer niet nodig omdat erflater zelf de bovengrens aangegeven heeft.2
Stap III
Indien we de clausule van erflater 'inboedel verdelen' leggen op de in afdeling 6 opgenomen modelregeling executele van de wetgever, komen wij al snel tot de conclusie dat de bevoegdheid om de nalatenschap te verdelen geen deel uitmaakt van het standaardpakket dat de wetgever voor de beheersexecuteur in gedachten had. De clausule kan ook niet onder een 'tenzijtje' in de modelregeling ondergebracht worden. Het betreft derhalve een testamentair bewinddat een inferieure verkrijging zal opleveren.3