FED 2018/149
Verlengde navorderingstermijn. Inspecteur handelt niet voortvarend als hij met het opleggen van de navorderingsaanslag over een later jaar wacht tot de bezwaarfase van een navorderingsaanslag over een eerder jaar is afgerond
HR 13-10-2017, ECLI:NL:HR:2017:2601, m.nt. A.C. Breuer
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 oktober 2017
- Magistraten
Mrs. Fierstra, Groeneveld, Wortel, Beukers-van Dooren
- Zaaknummer
17/00226
- Noot
A.C. Breuer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS274144:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:2601, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑10‑2017
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑10‑2017
- Wetingang
Art. 16 AWR
Essentie
Verlengde navorderingstermijn. Inspecteur handelt niet voortvarend als hij met het opleggen van de navorderingsaanslag over een later jaar wacht tot de bezwaarfase van een navorderingsaanslag over een eerder jaar is afgerond
Samenvatting
De echtgenote van belanghebbende is geïdentificeerd als houdster van een bankrekening in Luxemburg, waarvan de inkomsten en saldi niet zijn opgegeven in de Nederlandse aangiften inkomstenbelasting en vermogensbelasting van belanghebbende en zijn echtgenote. In december 2007 heeft de inspecteur een eerste serie navorderingsaanslagen opgelegd, betreffende de IB/PVV 1995 en de vermogensbelasting 1996. Tegen deze aanslagen heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat hij bij brief van 17 april ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.