De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/14.3.3:14.3.3 Verwerving door personen die met de bieder in onderling overleg handelen (extern)
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/14.3.3
14.3.3 Verwerving door personen die met de bieder in onderling overleg handelen (extern)
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS371182:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Idem naar Frans recht Viandier 2014, nr. 1783.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de bepaling van de hoogte van de billijke prijs wordt niet alleen rekening gehouden met verwervingen door de bieder, maar ook met verwervingen door personen die met de bieder in onderling overleg handelen. Hiervoor kwam al aan de orde dat het begrip “handelen in onderling overleg” ruimer moet worden uitgelegd dan de definitie daarvan in art. 1:1 Wft (§ 14.2.3).
Dat betekent dat niet van belang is of er reeds sprake was van onderling overleg in de zin van art. 1:1 Wft op het moment van de desbetreffende verwerving.1 Evenmin is van belang of de desbetreffende verwerving daadwerkelijk in onderling overleg is verricht; deze voorwaarde blijkt in ieder geval niet uit de wet en zou gelet op de strekking van het billijke prijs-vereiste ook onwenselijk zijn. Opmerkelijk is dat in art. 26 lid 3 Bob Wft, waar wordt bepaald wanneer de billijke prijs in ieder geval ook in geld luidt, de eis van een gezamenlijke verwerving wel wordt gesteld (zie § 14.5.3).