V-N 2015/29.4
Hof heeft op onjuiste gronden geoordeeld dat navorderingsaanslag niet voortvarend genoeg is opgelegd
HR 12-06-2015, ECLI:NL:HR:2015:1517, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 juni 2015
- Magistraten
Koopman, Schaap, Fierstra, Groeneveld, Wortel
- Zaaknummer
14/04048
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS921109:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:1517, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑06‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑06‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑10‑2014
- Wetingang
art. 16 AWR
Essentie
De Hoge Raad beslist dat het hof op onjuiste gronden heeft geoordeeld dat de navorderingsaanslag ib/pvv niet voortvarend genoeg is opgelegd. Het hof heeft de beoordelingsvrijheid van de belastingautoriteiten met betrekking tot de inrichting van de werkzaamheden miskend.
Samenvatting
Aan X is in het kader van het project-bank zonder naam de in geschil zijnde navorderingsaanslag IB/PVV 2001 opgelegd. Daarbij een boetebeschikking en een beschikking heffingsrente. In geschil is of de Belastingdienst voldoende voortvarend heeft gehandeld bij de navorderingsaanslag die met toepassing van de verlengde navorderingstermijn is opgelegd. De rechtbank heeft beslist dat de navorderingsaanslag en de beschikkingen moeten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.