Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen
Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/1.4:1.4 Opzet onderzoek
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/1.4
1.4 Opzet onderzoek
Documentgegevens:
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS454165:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Doel van onderhavige studie is drieledig en komt globaal overeen met het verleden, het heden en de toekomst, t.w.:
onderzoeken welke knelpunten in het tot 1 januari 1997 geldende fiscale regime met betrekking tot de opbrengsten van aandelen lagen besloten (deel i);
onderzoeken op welke wijze de wetgever deze in het tot 1 januari 1997 geldende fiscale regime besloten liggende knelpunten heeft opgelost (deel II);
onderzoeken of het nieuwe sedert 1 januari 1997 geldende fiscale regime met betrekking tot de opbrengsten van aandelen nog - dezelfde of andere ^- knelpunten bevat en, indien dit het geval is, aangeven op welke onderdelen dit nieuwe regime eventueel kan worden verbeterd (deel III).
Als prelude wordt in hoofdstuk 2 kort ingegaan op een tweetal beeldbepalende elementen van het huidige fiscale systeem, t.w. de bronnenleer die (nog steeds) aan de huidige Wet IB ten grondslag ligt en het klassieke stelsel dat (ook nog steeds) de relatie tussen de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting bepaalt. Dit hoofdstuk heeft in het bijzonder tot doel om de kaders aan te geven waarbinnen onderhavig onderzoek blijft. Er is voor gekozen om het geldende fiscale regime als vertrekpunt te nemen en niet aan deze twee beeldbepalende elementen te tornen. Er zullen dus geen voorstellen worden gedaan voor een nieuwe op volledig andere uitgangspunten gebaseerde inkomstenbelasting; dit laat ik over aan de fiscale wetgever in het kader van de belastingherziening voor de 21e eeuw. Evenmin worden voorstellen gedaan voor een van de rechtsvorm van de onderneming neutrale ondernemingswinstbelasting; dit is in de fiscale wetenschap reeds eerder bepleit doch een dergelijke ingrijpende systeemwijziging is op dit moment niet opportuun.
Na deze opmaat in hoofdstuk 2 wordt in hoofdstuk 3 het onderzoek ter hand genomen. In hoofdstuk 3 wordt onderzocht welke knelpunten in het fiscale regime met betrekking tot de opbrengsten van aandelen, zoals dat tot 1 januari 1997 heeft gegolden, lagen besloten. Dit geschiedt in het bijzonder aan de hand van de structuren die in de praktijk zijn benut om de belastingdruk te matigen, zoals agio(-oppomp)constructies, turboconstructies en holding- en kasgeldconstructies. In de hoofdstukken 4 tot en met 13 wordt vervolgens uitgebreid ingegaan op het nieuwe sedert 1 januari 1997 geldende fiscale regime met betrekking tot de opbrengsten van aandelen. Doel hiervan is om greep te krijgen op dit nieuwe fiscale regime teneinde te kunnen beoordelen of, en in hoeverre, de uit het oude fiscale regime voortvloeiende knelpunten definitief zijn opgelost. In de hoofdstukken 4 tot en met 12 wordt uitgebreid ingegaan op de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling. In hoofdstuk 13 wordt ingegaan op de bron 'inkomsten uit vermogen', waarbij met name wordt ingezoomed op de gevolgen die de gewijzigde aanmerkelijkbelangregeling heeft gehad voor de bron 'inkomsten uit vermogen'. Ten slotte bevat hoofdstuk 14 een evaluatie van het nieuwe fiscale regime met betrekking tot de opbrengsten van aandelen en wordt een oordeel gegeven over de vraag of de knelpunten, zoals die in het oude fiscale regime met betrekking tot de opbrengsten van aandelen lagen besloten, in het nieuwe fiscale regime zijn opgelost. Tevens wordt in dit hoofdstuk aangegeven welke (nieuwe) knelpunten het nieuwe fiscale regime met betrekking tot de opbrengsten van aandelen eventueel bevat en worden eventuele voorstellen tot verbetering gedaan.