Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.7.5.3
6.7.5.3 Administratieverplichtingen voor bij de uitvoering van het project betrokken derden
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS399634:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ABRvS 2 augustus 2006, AB 2006, 316, m.nt. W. den Ouden (Stichting Europese Educatie Nederland); ABRvS 2 augustus 2006, LJN AY5525 (Stichting Educatie Gehandicaptenzorg). Zie ook Rb Almelo 26 augustus 2004, LJN AQ8595 (tegen deze uitspraak is geen hoger beroep ingesteld).
De Afdeling overweegt in ABRvS 2 augustus 2006, AB 2006, 316, m.nt. W. den Ouden (Stichting Europese Educatie Nederland), r.o. 2.8.5 dat een en ander anders ligt indien slechts een op zichzelf staande cursus wordt ingekocht.
Zie ABRvS 15 juli 2009, LJN BJ2640 (Stichting Opleidingsfonds Groothandel).
Zie bijvoorbeeld artikel 11, tweede lid, van de Subsidieregeling EFRO doelstelling 2.
Een eindontvanger voert in veel gevallen het project waarvoor een Europese subsidie is verkregen niet geheel zelf uit. In veel gevallen wordt een derde ingeschakeld. Het is de vraag op welke wijze kosten van de inschakeling van derden in de projectadministratie moet worden verantwoord. Uit de jurisprudentie van de ABRvS volgt dat voor projecten die geheel of grotendeels aan derden zijn uitbesteed, dezelfde administratieverplichtingen gelden.1 Indien zou kunnen worden volstaan met het overleggen van een factuur van derden voor het hele dan wel een substantieel deel van het project, wordt de gehele deelnemers- en financiële administratie aan het zicht onttrokken en is geen sprake van een inzichtelijke en controleerbare administratie.2
De eindontvanger van de Europese subsidie is verplicht om ervoor te zorgen dat de derde de aan de ontvanger opgelegde administratieverplichtingen naleeft, ook á is dat niet expliciet in de subsidieverplichtingen neergelegd. In de jurisprudentie is aangenomen dat deze verplichting ook kan worden gebaseerd op door de eindontvanger van de Europese subsidie bij de aanvraag overgelegde verklaringen.3 Inmiddels is deze verplichting ook in veel Nederlandse subsidieregelingen neergelegd, hetgeen gelet op de rechtszekerheid valt toe te juichen.4