Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.4.2:7.4.2 De uitspraak
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.4.2
7.4.2 De uitspraak
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582385:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Courage/Crehan wilde het Court of Appeal (England and Wales, Civil Division) weten of een partij bij een mededingingsbeperkende overeenkomst (een overeenkomst die een exclusieve afnameplicht bevat die in strijd is met artikel 81 EG) met een beroep op artikel 81 EG aanspraak kan maken op schadevergoeding.
Het betrof hier een geschil tussen een café-uitbater (pachter Crehan) en een brouwer, genaamd Courage. De café-uitbater meende aanspraak te kunnen maken op schadevergoeding wegens haar gebondenheid aan de exclusieveafnameplicht. Crehan voerde aan dat Courage haar bier aan zelfstandige pubhouders tegen aanmerkelijk lagere prijzen verkocht dan de prijzen die waren opgenomen op de prijslijst die werd toegepast op pubhouders die pachter van IEL (een onderneming van onder meer Courage) waren en aan haar gebonden waren door een exclusieve-afnameclausule. Crehan stelde dat de door deze clausule gebonden pubhouders als gevolg van dit prijsverschil minder winst maakten en genoodzaakt waren hun activiteit stop te zetten. Naar Engels recht kon een contractant die zelf partij was bij de mededingingsbeperkende overeenkomst geen schadevergoeding vorderen, omdat de contractant zich dan op het eigen onrechtmatig handelen zou dienen te beroepen. Het Engelse Court of Appeal wilde weten of de bepaling in het Engelse recht, volgens welke de rechter een partij niet mag toestaan zich ter verkrijging van schadevergoeding op haar eigen onrechtmatige handelingen te beroepen, verenigbaar was met het gemeenschapsrecht.
Het Engelse Court of Appeal stelde vier prejudiciële vragen.1 Moet artikel 81 EG aldus worden uitgelegd dat een partij bij een onwettige overeenkomst met een beroep op dat artikel in rechte aanspraak kan maken op bescherming tegenover de andere contractpartij? Zo ja, kan de partij die aanspraak maakt op bescherming dan vergoeding vorderen van de schade die zij beweert te hebben geleden omdat zij gebonden is door de contractuele clausule die krachtens artikel 81 EG verboden is? Is een regel van nationaal recht, volgens welke de rechter een partij niet mag toestaan zich ter verkrijging van schadevergoeding op haar eigen onrechtmatige handelingen te beroepen, verenigbaar met het gemeenschapsrecht? Welke omstandigheden moet de nationale rechter in aanmerking nemen indien het antwoord op de vorige vraag luidt dat een dergelijke regel in bepaalde omstandigheden in strijd kan zijn met het gemeenschapsrecht?
Het HvJ EG verklaarde voor recht:
'1) Een partij bij een overeenkomst die de mededinging kan beperken of vervalsen in de zin van artikel 85 EG-Verdrag (thans artikel 81 EG), kan zich op schending van deze bepaling beroepen om bescherming in rechte (relief) tegenover de andere contractpartij te verkrijgen.
2) Artikel 85 van het Verdrag verzet zich tegen een regel van nationaal recht, die een partij bij een overeenkomst die de mededinging kan beperken of vervalsen in de zin van dit artikel, belet vergoeding te vorderen van door de uitvoering van deze overeenkomst veroorzaakte schade, op de enkele grond dat de verzoeker partij is bij de overeenkomst.
3) Het gemeenschapsrecht verzet zich niet tegen een regel van nationaal recht, die een partij bij een overeenkomst die de mededinging kan beperken of vervalsen, het recht ontzegt zich ter verkrijging van schadevergoeding op zijn eigen onrechtmatig handelen te beroepen, wanneer vaststaat dat deze partij in aanzienlijke mate verantwoordelijk is voor de verstoring van de mededinging.'
Zie voor het vervolg van deze zaak in Engeland de beslissing die het House of Lords heeft genomen in de zaak Inntrepreneur Pub Company and others v. Crehan.2Beschikkingen van de Europese Commissie zijn volgens het House of Lords alleen bindend indien het zowel dezelfde partijen betreft als dezelfde overeenkomsten, besluiten of gedragingen die in strijd zijn met het mededingingsrecht. Zie § 5.4.8.