Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie
Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/4.4:4.4 Onrechtmatige daad
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/4.4
4.4 Onrechtmatige daad
Documentgegevens:
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS503642:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover uitgebreid Scheltema & Scheltema 2013, hoofdstuk 1.
ABRvS 6 mei 1997, AB 1997/229 m.nt. P.J.J. van Buuren (Van Vlodrop).
Zie HR 31 januari 1919, NJ 1919/161 (Lindenbaum/Cohen), waarin werd overwogen dat onder een onrechtmatige daad ook is te verstaan een handelen of nalaten dat indruist tegen de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt, waarover Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-IV 2015/42.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij gebreke van een bijzondere schadevergoedingsbepaling moet in de overige gevallen worden teruggevallen op het algemene privaatrechtelijke onrechtmatigedaadsartikel: artikel 6:162 BW. In artikel 6:162 lid 1 BW is bepaald dat hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, verplicht is de schade te vergoeden die de ander dientengevolge lijdt. Dit artikel is niet rechtstreeks van toepassing op informatieverstrekking door de overheid op een bestuursrechtelijke grondslag. De eigen aard van het bestuursrecht verzet zich echter niet tegen overeenkomstige toepassing van deze privaatrechtelijke regel in bestuursrechtelijke verhoudingen. De beginselen die aan deze regel ten grondslag liggen, zijn namelijk gemeenschappelijk aan het privaatrecht en het bestuursrecht.1 Dit komt tot uitdrukking in de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, die heeft geoordeeld dat in artikel 6:162 BW een algemeen geldend rechtsbeginsel tot uiting komt, dat meebrengt dat degene die door aan hem toerekenbaar handelen of nalaten schade heeft veroorzaakt, gehouden is om die schade aan de benadeelde te vergoeden.2
In deze paragraaf wordt besproken wanneer de overheid een onrechtmatige daad (in enge zin) pleegt door onjuiste of onvolledige informatie te verstrekken. Hiervan is sprake wanneer het overheidshandelen valt binnen één of meer van de onrechtmatigheidscategorieën die zijn neergelegd in het tweede lid van artikel 6:162 BW.3 Ingevolge dit artikellid worden als een onrechtmatige daad aangemerkt (i) een inbreuk op een recht, (ii) een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of (iii) met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. De eerste onrechtmatigheidscategorie, die van de inbreuk op eens anders (subjectief) recht, zal hier niet worden besproken (zie paragraaf 1.3.1). De tweede categorie komt in paragraaf 4.5 aan de orde; de derde in paragraaf 4.7. Paragraaf 4.6 bevat de voortzetting van de bespreking van de aansprakelijkheid van de overheid voor onrechtmatige besluitvorming (zie paragraaf 3.4.5.1).