Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/5.4:5.4 Tussenbalans
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/5.4
5.4 Tussenbalans
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183432:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
COM (2007)556, def. p. 36-37. Vgl. de Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op bepaalde groepen van overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de verzekeringssector, PbEU 2010, C82/22, rn. 17.
Zie daarover ook hoofdstuk 4, par. 4.5.2, waarin ik heb laten zien dat een kleine groep verzekeraars gemiddeld genomen in aanmerking komt voor de positie van leider.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nu ik in de paragrafen 5.2 en 5.3 (vrij uitvoerig) heb stilgestaan bij de wijze waarop een verzekeringsovereenkomst bij coassurantie tot stand kan komen en welke zelfregulering daarbij relevant is, is het goed om terug te keren naar de centrale vraagstelling van dit hoofdstuk en de (tussen)balans op te maken. De centrale vraag van dit hoofdstuk is in hoeverre het sluiten van een verzekeringsovereenkomst in coassurantie spanning kan geven met het mededingingsrecht. Indien kan worden geconstateerd dat op bepaalde onderdelen van het totstandkomingsproces spanning bestaat of kan ontstaan met het mededingingsrecht is het vervolgens de vraag hoe een beoordeling daarvan onder het mededingingsrecht zal luiden. Voordat ik in par. 5.5 zal stilstaan bij een beoordeling onder het mededingingsrecht, wil ik daarom eerst de belangrijkste spanningsvelden blootleggen. Op twee aspecten wil ik daarom reeds op deze plaats de aandacht vestigen.
In de eerste plaats is dat de premiestelling bij de totstandkoming van een verzekering in coassurantie. Zoals ik besprak onder par. 5.2 blijkt dat het in de praktijk voorkomt dat volgverzekeraars inschrijven op basis van de premie en de voorwaarden die door de makelaar zijn uit-onderhandeld met de leidende verzekeraar. In de gevallen dat dit speelt, is in feite premieharmonisatie aan de orde. Mededingingsrechtelijk roept dat de vraag op of deze praktijk valt onder de toepassing van het kartelverbod. Op het eerste gezicht juist immers een makelaar niet de mogelijkheid te benutten om lagere premies te bedingen bij de markt van volgende verzekeraars. De Europese Commissie sprak zich hier als volgt over uit:
“This practice seems to exclude the possibility of obtaining more advantageous terms from the follow market by stimulating competition between participants in that market, and imposes on that market a price taken from the lead market, notwithstanding the more limited role played by and costs incurred by potential follow insurers, which might be expected to justify a lower price in that market. Since this way of proceeding leads to convergence amongst a number of independent undertakings on a single price, it might be considered potentially to fall within the scope of Article 81(1) [artikel 101 lid 1 VWEU, GTB], again provided the other conditions of that article are satisfied.”1
Niet alleen uit het onderzoek van de Europese Commissie maar ook uit het in het kader van dit proefschrift gedane praktijkonderzoek blijkt dat volgverzekeraars nog steeds vaak inschrijven op basis van de premie en voorwaarden van de leidende verzekeraar. Zoals het hierboven opgenomen citaat duidelijk maakt, roept dat de vraag op of er geen schending is van het kartelverbod. Er is dus voldoende aanleiding om deze praktijk van premieharmonisatie te toetsen aan het mededingingsrecht. Ik doe dat in par. 5.5.
Een tweede aspect van de totstandkomingsfase waarbij spanning kan ontstaan met het mededingingsrecht is mogelijke interactie tussen de inschrijvers op een coassurantiecontract. Zoals ik aan de orde stelde in par. 5.2 kenmerkt de aanbestedingsprocedure zich door een biedproces. Er bestaan vanuit mededingingsperspectief risico’s op afgestemd marktgedrag ingeval een inschrijvingsprocedure bestaat uit een kleine groep van (terugkerende) inschrijvers. In par. 5.2.2.2 bleek dat bij aanbestedingsprocedures er een relatief kleine groep is van inschrijvers die bovendien vaak dezelfde ondernemingen zijn. Naar aanleiding daarvan zal ik in par. 5.6 mededingingsrechtelijke risico’s schetsen die daaraan kunnen kleven. Hoewel deze primair gelden voor de procedure via aanbesteding is dit ook relevant voor de onderhandelingsprocedure omdat ook daar sprake is van een kleine groep van verzekeraars die in aanmerking komt voor de positie van leider.2
In de volgende paragrafen zal ik (dus) beide spanningsvelden onderwerpen aan een beoordeling onder het mededingingsrecht, meer specifiek het kartelverbod. In par. 5.5 bespreek ik premieharmonisatie onder het mededingingsrecht en in par. 5.6 het risico op interactie tussen de aanbieders in het biedproces bij coassurantie.