BNB 2020/129
Ongerechtvaardigde beperking vrij verkeer van werknemers in zetelovereenkomst met EOB
HR 13-03-2020, ECLI:NL:HR:2020:400, m.nt. A.L. Mertens
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 maart 2020
- Magistraten
Mrs. De Groot, Overgaauw, Fierstra, Wortel, Beukers-van Dooren
- Zaaknummer
19/02014
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
A.L. Mertens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS229095:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Buitenlands belastingplichtige
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Europese verdragsvrijheden
Europees belastingrecht / Discriminatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:400, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑03‑2020
ECLI:NL:PHR:2019:1030, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑10‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:1074, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑10‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑06‑2019
- Wetingang
Essentie
Ongerechtvaardigde beperking vrij verkeer van werknemers in zetelovereenkomst met EOB
Samenvatting
Belanghebbende, Nederlander, heeft in de periode 1988-2004 gewerkt bij het hoofdkantoor van het Europees Octrooibureau (EOB) in München. Hij woonde toen in Duitsland. Hierna, tot en met 2014, heeft hij gewerkt bij de vestiging van het EOB in Rijswijk en heeft hij in Nederland gewoond. Voor het Hof was in geschil of bij belanghebbende het inkomen uit sparen en beleggen voor de periode 2006-2014 in de heffing van inkomstenbelasting mag worden betrokken. Het Hof heeft die vraag ontkennend beantwoord.
HR: Belanghebbende heeft voorafgaand aan zijn tewerkstelling bij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.