Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/5.7:5.7 Normatieve werking van onmiddellijke voorzieningen in contradictoire procedures van de rechtspersoon
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/5.7
5.7 Normatieve werking van onmiddellijke voorzieningen in contradictoire procedures van de rechtspersoon
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196993:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[180] Kan een onmiddellijke voorziening normatieve werking hebben in een contradictoire procedure tussen de rechtspersoon en zijn wederpartij over een niet-nagekomen contractuele verplichting?1 Ik acht dat niet goed voorstelbaar. In die situatie lijkt niet aan alle door Van der Wiel beschreven voorwaarden voor normatieve werking te worden voldaan.2 Die condities worden hier langsgelopen.
Van belang is, dat een partij invloed op de beslissing heeft kunnen uitoefenen. Vaststaat dat de rechtspersoon in de enquêteprocedure invloed heeft op de beslissing.3 Indien de contractpartner als verzoeker of belanghebbende in de enquêteprocedure is opgetreden, is ook wat die partij betreft aan die voorwaarde voldaan. Partijen kunnen zelfs in beide procedures dezelfde formele positie innemen, de rechtspersoon die van verweerder en de contractpartner die van verzoeker/eiser. Men bedenke wel dat de posities in beide procedures, gelet op het verschil in aard tussen de procedures, slechts tot op zekere hoogte vergelijkbaar zijn. Van een soortgelijk geschil kan men niet spreken. De enquêteprocedure gaat over het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon; de contradictoire procedure over zijn contractuele verplichting. Eventueel zou in de latere procedure een vergelijkbaar betoog gehouden kunnen worden als in de enquêteprocedure. Maar of daaraan in de latere procedure dezelfde rechtsgevolgen verbonden kunnen worden, is twijfelachtig. Het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon bepalen het kader waarbinnen in de enquêteprocedure rechtsgevolgen teweeggebracht worden. Voor de latere, contradictoire procedure geldt dat niet.
Ik meen dan ook dat in beginsel geen rol kan zijn weggelegd voor normatieve werking van onmiddellijke voorzieningen in contradictoire procedures. Het thema van de normatieve invloed beperkt het succes van vorderingen van de wederpartij niet (onderzoeksvraag b.). Het biedt geen aanknopingspun-ten voor een rangorde tussen contractuele verplichtingen van de rechtspersoon en verplichtingen uit onmiddellijke voorzieningen (onderzoeksvraag f.), en geen aanwijzingen voor rechtsgeldigheid van het eerste of het tweede scenario.4