Beschadigd vertrouwen
Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/5.7:5.7 Terugblik: onderzoeksmethode
Beschadigd vertrouwen 2021/5.7
5.7 Terugblik: onderzoeksmethode
Documentgegevens:
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480668:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek beoogt het (theoretische) verband tussen schadebeleid en vertrouwen in de overheid verder te helpen ontwikkelen via empirisch casestudyonderzoek. In het hiernavolgende empirische gedeelte van dit onderzoek wordt het schadebeleid in drie cases bekeken door de lens van de zes principes en zeventien praktische (beleids-)instrumenten van vertrouwenwekkend schadebeleid uit mijn theoretisch kader zoals beschreven in hoofdstuk 4. Op basis van de theorie mag worden verwacht dat zij een positief effect zouden hebben op dat vertrouwen. Ik traceer in hoeverre zij zijn toegepast en of uit het overzicht van beoordelingen kan worden bepaald of het instrument inderdaad tot een verbetering van het vertrouwensniveau heeft geleid.
In het onderzoek worden drie cases vergeleken waarin vertrouwensherstel – op basis van een eerste verkenning – wel, gedeeltelijk, of slechts (zeer) beperkt leek op te treden. Bij de aanleg van de Noord/Zuidlijn leken de projectorganisatie en de faciliterende overheid in staat te zijn geweest om het vertrouwen van omwonenden te herstellen; bij de uitbreiding van luchthaven Schiphol was het beeld meer gemêleerd; het schadebeleid na de aardbevingen geïnduceerd door gaswinning in Groningen leek in het algemeen te hebben geresulteerd in een afbreuk van het vertrouwen in de overheid hoewel recente kleine verbeteringen zichtbaar leken. Ofschoon de cases niet perfect vergelijkbaar zijn, hebben zij gemeen dat de overheid, omwille van een grootschalig project gericht op het algemeen belang, heeft toegestaan (gefaciliteerd) dat schade optrad voor een groep burgers. Er is vervolgens beleid, een pakket aan maatregelen, gecreëerd om met deze schade om te gaan, dat veelal als nevendoel had om de relatie tussen burger en overheid te herstellen of verbeteren. Daarmee vormen de drie cases een waardevolle bron om te analyseren hoe schadebeleid uitpakt in de praktijk.
Omdat vertrouwen in de overheid een diffuus begrip is, worden in dit onderzoek zowel kwantitatieve als verscheidene kwalitatieve bronnen gebruikt om dit concept te operationaliseren. Het schadebeleid wordt beschouwd als het volledige pakket aan maatregelen dat naar aanleiding van de gefaciliteerde schade wordt ingezet, en is daarmee een combinatie van regelgeving en uitvoering. Naast een chronologische beschrijving van de onderdelen van het schadebeleid in de cases bevatten de casushoofdstukken tevens beoordelingen en evaluaties van dat beleid vanuit diverse bronnen, zoals beleidsevaluaties, publicaties van toezichthouders en belangenvertegenwoordigers, jurisprudentie, en mediaberichten, om te distilleren wanneer gedupeerden positief dan wel negatief waren over schadebeleid.
De beschrijvingen en beoordelingen van het schadebeleid in de casushoofdstukken zijn geconstrueerd op basis van documentanalyse van diverse primaire bronnen (zoals besluiten of regelgeving) en secundaire bronnen (zoals wetenschappelijke artikelen of beleidsevaluaties), aangevuld via media-analyse van diverse (lokale) mediaberichten. Deze feitenoverzichten zijn vervolgens gecontextualiseerd aan de hand van interviews met betrokkenen. Objectieve feiten, vastgelegd in schriftelijke (primaire) bronnen vormden hiermee het startpunt van de casusanalyse. Daarna werd meer context en informatie gezocht via een media-analyse. Tot slot werd via interviews de informatie aangevuld met de ervaringen van betrokkenen. De interviews werden na het primaire en secundaire bronnenonderzoek gehouden en waren daarmee ondersteunend; de analyse en conclusies in de casushoofdstukken zijn voornamelijk gebaseerd op de schriftelijke bronnen, zodat lezers deze kunnen nazoeken en repliceren.
In dit hoofdstuk werd uiteengezet welke bronnen zijn gebruikt en waar deze data werden gezocht en aangetroffen. Via vergelijking en samenhang van de openbaar beschikbare primaire en secundaire schriftelijke bronnen, de mediaberichten en de interviews met betrokkenen ontstaat een zo accuraat en volledig mogelijke beschrijving van de cases. In de casushoofdstukken wordt via het notenapparaat uitvoerig weergegeven welke data zijn gebruikt om de cases te beschrijven en analyseren. Hoewel via de onderzoeksmethode process tracing wordt gezocht naar een causale relatie, kan directe causaliteit vrijwel niet worden vastgesteld binnen empirisch sociaalwetenschappelijk onderzoek; daarom besteden de casushoofdstukken ook aandacht aan andere contextuele factoren. Via process tracing worden de cases dusdanig zorgvuldig bestudeerd en beschreven, zodat aannemelijk kan worden gemaakt welke rol de principes en instrumenten van vertrouwenwekkend schadebeleid hebben gespeeld in het vertrouwensniveau.