Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.4.4.13:11.4.4.13 Standaardvoorwaarde 10: verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.4.4.13
11.4.4.13 Standaardvoorwaarde 10: verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491417:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In zo’n geval is toepassing van de wettelijke doorschuifregeling onmogelijk. Zie onderdeel 11.3.9.
De winstsplitsing is geanalyseerd in onderdeel 11.4.4.11.
Zie onderdeel 11.4.4.12.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In standaardvoorwaarde 10 is het volgende bepaald:
“De overbrenging wegens verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten krachtens artikel 23d, vijfde lid, Wet Vpb 1969, uit het jaar voorafgaande aan het splitsingstijdstip, vindt plaats met overeenkomstige toepassing van voorwaarde 9.”
Standaardvoorwaarde 10 is van toepassing indien bij één of meer splitsingspartners een aanspraak bestaat op toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten.1 Dit kan zich voordoen als door een of meer splitsingspartners vóór het splitsingstijdstip een laagbelaste buitenlandse beleggingsonderneming in de zin van art. 15ag Wet VPB 1969 wordt gedreven. De objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten is namelijk op grond van art. 15e, lid 7, Wet VPB 1969 niet van toepassing op de winst uit een laagbelaste buitenlandse beleggingsonderneming. Is het gezamenlijke bedrag aan winst uit dergelijke ondernemingen in een bepaald jaar positief, dan bepaalt art. 15h, lid 1, Wet VPB 1969 als hoofdregel dat een verrekening van de op die winst drukkende buitenlandse winstbelasting wordt verleend. Deze verrekening vermindert de vennootschapsbelasting die in dat jaar verschuldigd is. De wijze waarop deze verrekening in art. 23d Wet VPB 1969 is vormgegeven, is op dezelfde leest geschoeid als de deelnemingsverrekening van art. 23c Wet VPB 1969. Dit verklaart dat in standaardvoorwaarde 10 slechts wordt bepaald dat standaardvoorwaarde 9 van overeenkomstige toepassing is met betrekking tot de overbrenging wegens verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten over het splitsingstijdstip heen. Ook hier wordt de beproefde methode van winstsplitsing gebruikt om te bereiken dat de overbrenging van een aanspraak op verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten over dat splitsingsmoment heen, slechts mogelijk is voor zover daarvoor ruimte bestaat bij de onderneming waarbinnen deze aanspraak vóór de zuivere splitsing is opgekomen.2 Voor een bespreking van de wijze waarop dit (technisch) is vormgegeven, verwijs ik kortheidshalve naar de behandeling van standaardvoorwaarde 9.3 Op die plaats is onder meer geconstateerd dat het erop lijkt dat standaardvoorwaarde 9 geen beperking bevat met betrekking tot de derde limiet. Dat punt speelt op vergelijkbare wijze bij de toepassing van standaardvoorwaarde 10.4 Mede gelet op de fiscaaltechnische toets dient (ook) standaardvoorwaarde 10 in lijn te worden gebracht met haar doelstelling.