NJB 2025/597
Straftoemetingsvrijheid en motiveringsplicht bij strafmaatverweer conform art. 359 lid 2, tweede volzin, Sv: herhaling en toepassing consistente rechtspraak onder meer inhoudende dat de Hoge Raad zich als cassatierechter terughoudend opstelt bij de beantwoording van de vraag of de motivering van de beslissing over de straftoemeting toereikend is. In casu heeft het hof het strafmaatverweer op toereikende gronden verworpen door de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het zowel in eerste aanleg als in hoger beroep naar voren gebrachte standpunt van de verdediging dat de verdachte zijn leven weer op orde heeft, terwijl is ingegaan op de stelling dat de verdachte geen recidive zou hebben en er verder een aanzienlijke strafvermindering is toegepast vanwege het tijdsverloop in de strafzaak. Het hof hoefde het door de verdediging aangevoerde over de negatieve gevolgen die de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou hebben voor het werk van de verdachte, zijn huurwoning en het psychisch welzijn van zijn partner, niet op te vatten als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359 lid 2, tweede volzin, Sv.
HR 11-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:294
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 maart 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/03763
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:294, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1374, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑04‑2024
- Wetingang
(art. 359 Sv)
Essentie
Straftoemetingsvrijheid en motiveringsplicht bij strafmaatverweer conform art. 359 lid 2, tweede volzin, Sv: herhaling en toepassing consistente rechtspraak onder meer inhoudende dat de Hoge Raad zich als cassatierechter terughoudend opstelt bij de beantwoording van de vraag of de motivering van de beslissing over de straftoemeting toereikend is. In casu heeft het hof het strafmaatverweer op toereikende gronden verworpen door de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het zowel in eerste aanleg als in hoger beroep naar voren gebrachte standpunt van de verdediging dat de verdachte zijn leven weer op orde heeft, terwijl is ingegaan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.