De notaris en gelijk oversteken
Einde inhoudsopgave
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/3.3:3.3 Structuur beantwoording deelvragen
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/3.3
3.3 Structuur beantwoording deelvragen
Documentgegevens:
mr. T.J. Bos, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T.J. Bos
- JCDI
JCDI:ADS941779:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerste deelvraag (wat is, in de context van de specifieke notariële transactie, het meest wenselijke resultaat?) wordt voornamelijk beantwoord in de hoofdstukken 4 en 5. Hoofdstuk 4 dient hierbij vooral om in kaart te brengen welke omstandigheden in andere jurisdicties maken dat het belang bij een wederkerige (niet) oversteek sterker of juist minder sterk wordt gewaarborgd ten opzichte van het belang van het rechtsverkeer. In hoofdstuk 5 passeren deze omstandigheden opnieuw de revue, maar dan vanuit het perspectief van de Nederlands-georiënteerde jurist/academicus.
De tweede deelvraag (of en in hoeverre is het Nederlandse privaatrecht in staat om dit resultaat te bereiken?) wordt voornamelijk beantwoord in hoofdstukken 2 en 5. Hoofdstuk 2 is daarbij vooral descriptief van aard en staat voornamelijk stil bij de vraag in hoeverre in het huidige Nederlandse stelsel een wederkerige (niet) oversteek wordt gewaarborgd bij notariële transacties (deelvraag 2a, zie par. 2.4). De eerste publicatie van dat hoofdstuk betoogt dat bij veel notariële transacties geenszins sprake is van letterlijk gelijktijdig oversteken en publicatie 2 geeft weer hoe in de Nederlandse notariële praktijk desondanks – door middel van de kwaliteitsrekening – bij veel notariële transacties toch een wederkerige (niet) oversteek kan worden gewaarborgd. Hoofdstuk 5 vergelijkt de zo-even genoemde uitkomsten van hoofdstuk 2 (in hoeverre het huidige Nederlandse stelsel een wederkerige (niet) oversteek waarborgt) met de in kaart gebrachte factoren bij de beantwoording van deelvraag 1. Het doel van deze vergelijking luidt het beantwoorden van de vraag of de situaties waarin het Nederlandse privaatrecht een wederkerige (niet) oversteek waarborgt, vallen te rijmen met het in het buitenland bestaande instrumentarium en de factoren die, in het algemeen, bepalend zijn voor wanneer een wederkerige (niet) oversteek de meest wenselijke uitkomst vormt.
De derde deelvraag (kan de notaris aansprakelijk worden gehouden indien dit resultaat niet wordt bereikt?) wordt voornamelijk beantwoord in hoofdstuk 3. Dit neemt niet weg dat ook hoofdstuk 2 in deze context van belang is; de eerste publicatie van dat hoofdstuk schetst voor een groot deel het normenkader waar de notaris zich aan heeft te conformeren inzake het bereiken van een wederkerige (niet) oversteek. Hoofdstuk 3 bevat echter de voornaamste aanzet tot een beantwoording van deze vraag. Dit hoofdstuk past het de regels van het aansprakelijkheidsrecht toe op de notaris, indien de notaris niet in overeenstemming met de besproken normen heeft gehandeld.
De vierde deelvraag (wat zijn de kosten inzake het bereiken van een wederkerige (niet) oversteek en kan het stelsel worden aangepast teneinde een verlaging van transactiekosten te verwezenlijken?) staat centraal in hoofdstuk 6. Voor de beantwoording van de vraag wordt eveneens gebruik gemaakt van de bevindingen verricht in hoofdstuk 4 en 5, maar deze worden – voor zover relevant – herhaald in hoofdstuk 6.