De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/10.2.5:10.2.5 De Novero-I-beschikking
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/10.2.5
10.2.5 De Novero-I-beschikking
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS367305:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 11 juli 2014, NJ 2014, 388 m.nt. Van Schilfgaarde bij NJ 2014, 389, JOR 2014/264 m.nt. Josephus Jitta (Novero I).
Zie par. 10.2.3.
R.o. 3.6.2 met verwijzing naar Kamerstukken 32887, nr. 6, p. 22.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Novero-I-beschikking1 liet de Hoge Raad zich niet uit over (onmiddellijke) voorzieningen die in het vaarwater van dwingendrechtelijke bepalingen komen. Wel liet de Hoge Raad zich uit over de grondslag van de proportionaliteitstoets die moet worden toegepast bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen. Daarin ligt de rechtvaardiging voor het bij wijze van onmiddellijke voorzieningen afwijken van dwingend recht.2 In de Novero-I-beschikking verduidelijkt dat de grondslag van deze proportionaliteitstoets de redelijkheid en billijkheid van art. 2:8 BW is.3