HR, 27-06-2023, nr. 21/03573 P
ECLI:NL:HR:2023:993
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27-06-2023
- Zaaknummer
21/03573 P
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2023:993, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑06‑2023; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHSHE:2021:2692
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2023:398
- Vindplaatsen
Uitspraak 27‑06‑2023
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Onvolkomenheid bij beëdiging van AG bij hof ’s-Hertogenbosch die bij behandeling van zaak in hoger beroep betrokken is geweest, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking. Volgt verwerping. Samenhang met 21/03571 en 21/03574.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03573 P
Datum 27 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 augustus 2021, nummer 20-002573-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de betrokkene.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben I.T.H.L. van de Bergh en T. Straten, beiden advocaat te Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
De raadslieden hebben – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 Sv bedoelde termijn – in de schriftuur uitsluitend aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van de advocaat-generaal die bij de behandeling van de zaak in hoger beroep betrokken is geweest, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2023.