Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/19.1
19.1 Ontstaan van de "prospectusplicht"
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS581480:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De 'prospectusplicht' voor het (uitsluitend) in Nederland aanbieden van effecten aan het publiek, laat ik buiten beschouwing. Strikt genomen is overigens sowieso geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een prospectus. Art. 5:2 Wft verbiedt een tweetal handelingen: het aanbieden van effecten aan het publiek en het doen toelaten van effecten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt. Deze verboden vinden geen toepassing indien een goedgekeurd prospectus algemeen verkrijgbaar wordt gesteld. Ik spreek in dit hoofdstuk gemakshalve over een beursvennootschap, ook indien het strikt genomen een vennootschap betreft die voornemens is aandelen, obligaties of certificaten daarvan tot de handel van een gereglementeerde markt toe te laten.
Hierover o.a. Grundmann-van de Krol (2007a), p. 103-124 en (2008a), p. 120-144; Schreuder (2007) en Van de Vijver (2007a).
De prospectusrichtlijn was oorspronkelijk in de Nederlandse regelgeving geïmplementeerd in hoofdstuk II van de Wte 1995 en de daarop gebaseerde regelgeving, sinds 1 januari 2007 in hoofdstuk 5.1 Wft en de daarop gebaseerde regelgeving. Over de Prospectusrichtlijn en de implementatie daarvan in de Wte 1995, welke op onderdelen nog relevant is voor de uitleg van de huidige bepalingen in de Wft, o.a.: Grundmann-van de Krol (2001) en (2006), p. 108-126, Schlingmann (2002), Vossestein (2002), De Beer/Zijp (2004), Franx (2004), (2005a), (2005b) en (2007), Nederveen (2004), Deerenberg/Havers (2005a) en (2005b), Hijink/Kuijpers/Lourens (2005), Raas (2005), Van Tijum/Paijmans (2005) en Van de Vijver (2007b).
Hierover o.a. Schellekens (2005), Van Wijngaarden (2005a) en Franx (2007), p. 356-358.
De, in chronologisch volgorde, eerste publicatieverplichting in het Nederlandse recht voor (toekomstige) beursvennootschappen is het vereiste dat, voorafgaand aan het tot de handel van een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt doen toelaten van effecten, een prospectus algemeen verkrijgbaar dient te worden gesteld.1 Deze initiële publicatieverplichting vloeit voort uit art. 5:2 Wft. In de daarop volgende artikelen van hoofdstuk 5.1 Wft en de daarop gebaseerde lagere regelgeving is deze verplichting nader uitgewerkt.2 Deze bepalingen vormen, tezamen met de artikelen 53 tot en met 55 Vrij stellingsregeling Wft, de neerslag van de Nederlandse implementatie van de Prospectusrichtlijn.3 Voor de inhoud van het prospectus is daarnaast de rechtstreeks werkende prospectusverordening relevant.4