Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/5.6.5:5.6.5 Toetsen en bevestigen
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/5.6.5
5.6.5 Toetsen en bevestigen
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111340:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Arkes e.a. 1988, p. 305-307.
Gunn e.a. n.t.b.
L. Zyga, ‘Why too much evidence can be a bad thing’, https://phys.org/news/2016-01-evidence-bad.html.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vierde aanbeveling heeft betrekking op het formuleren van een heldere doel- en vraagstelling. De rechter dient vooraf de vragen op te stellen waarop het proces (schriftelijk dan wel tijdens de zitting) antwoorden dient te verschaffen. Indien geen antwoord gegeven kan worden, komt dit dan omdat de informatie simpelweg niet beschikbaar is? Of kan geen antwoord gegeven worden omdat de zoektocht naar de informatie gefaald heeft? Duidelijk is dat het antwoord op een vraag zoals ‘wat is de oorzaak van het faillissement?’, niet (altijd) evident is. Wel kunnen verschillende sub-vragen het antwoord op de hoofdvraag funderen en de zoektocht naar het antwoord op de hoofdvraag gestructureerd vormgeven. De antwoorden en argumenten die de rechter tijdens het proces vindt, dient hij inhoudelijk te toetsen. Deze toets kan bijvoorbeeld plaatsvinden door het stellen van gerichte vragen aan procespartijen, het vragen om een toelichting van de advocaat en door tijdens het proces gevonden antwoorden kritisch te bekijken. Is het daadwerkelijk een antwoord op de gestelde vraag? Bij het opstellen van de argumentatie voor een oordeel dient de rechter de argumenten duidelijk te omschrijven en te toetsen. Onderzoek toont aan dat het benoemen en uitleggen van de redenen voor een bepaalde keuze de negatieve gevolgen van hindsight bias vermindert.1 Deze aanbeveling toont het belang van de motiveringsplicht van de rechter zoals al benadrukt in par. 4.4.3.2
Voorzichtigheid is voorts geboden bij verklaringen die erg vanzelfsprekend zijn. Onderzoek van Gunn e.a.3 heeft een oude Joodse regel weer onderwerp van gesprek gemaakt.4 Deze Joodse regel houdt in dat indien een jury unaniem oordeelt dat iemand schuldig is, de verdachte juist wordt vrijgesproken. De regel komt voort uit de overtuiging dat bij unanimiteit hoogstwaarschijnlijk sprake is van een systematische denkfout in het juridische proces. Dit zet aan tot nadenken. Twijfelen aan vanzelfsprekendheden kan geen kwaad. Twijfel leidt juist tot validatie en falsificatie en een uiteindelijk sterker oordeel.