Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/4.7.3
4.7.3 Objectivering van de context
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS493614:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Calais-Auloy en Steinmetz 2006, nr. 188.
Cass. Civ. 1' 5 juli 2005, nr. 04-10779; CA Grenoble 10 januari 2006; CA Caen 13 maart 2008.
TGI Grenoble 19 december 2002; CA Rennes 4 juli 2003; TGI Niort 9 januari 2006.
Raymond 2008, nr. 428/CA Toulouse 6 december 1995.
Bosco 1999, p. 8.
Cass. Civ. 1' 31 januari 1995, nr. 93-10412, Bull. civ. 1995 I, nr. 64, p. 45: De lagere rechter mocht niet uitsluiten dat sprake was van een excessief voordeel voor de gebruiker omdat het beding gebruikelijk was. Hij had de gestelde aanwezigheid van het voordeel in dit specifieke contract nader moeten onderzoeken.
Cass. Civ. 1' 10 februari 1998, nr. 96-13316, Bull. civ. 1998 I, nr. 53, p. 34; vgl. CA Parijs 3 september 2002.
TI Agen 19 oktober 1999; 'D Saint Maur des Fosses 18 december 2000.
Het door het aanmerken van hoofdverbintenis (de `cause') als compensatie bereikte evenwicht is aldus Lagarde echter een 'illusie' (`deurre'): Lagarde 2006, nr. 8. Wanneer een beding de toetsing aan het wettelijk kader doorstaat, mag de consument feiten aandragen om te bewijzen dat het beding in concreto toch oneerlijk is: Cass. Com. 3 mei 2006, nr. 02-11211, Bull. civ. 2006 IV, nr. 102, p. 100. Een dergelijke concrete `vangnettoets' komt in de praktijk nauwelijks voor (`alternatief model, par. 4.9.3).
Cass. Civ. 1' 2 april 2009, nr. 08-11596: in deze zaak werden annuleringskosten gevorderd van ouders die een lesovereenkomst hadden opgezegd vanwege financiële problemen en een gedwongen verhuizing. De Cour de cassation overwoog dat nagegaan had moeten worden of het contractsevenwicht niet werd verstoord doordat (1) bij een annulering door de school de consument minder kon vorderen dan de school i.c. (wederkerigheid) en (2) de mogelijkheid van de consument om op legitieme gronden (waaronder een verhuizing, de persoonlijke omstandigheid i.c.) te annuleren te zeer werd beperkt. Vgl. ook Cass. Civ. 1' 14 februari 2008, nr. 06-17657 en TI Niort 7 augustus 1996.
Vgl. CA Parijs 3 september 2002; CA Grenoble 2 oktober 2007. In deze zaken werkten persoonlijke omstandigheden in het nadeel van de consument.
TA Nice 28 april 2006.
Anders dan art. 3 lid 1 richtlijn, doch in lijn met de aanhef van de Europese lijst, doet art. L.132-1 C.conso. in de ban die 'bedingen die een aanzienlijke verstoring tot doel of tot gevolg hebben'. Het eerste criterium (pour objee) zou kunnen refereren aan de intentie van de gebruiker. Een dergelijke opvatting blijkt echter niet uit de praktijk.
Bij meer recente toepassingen van die 'oude' toets is deze objectivering niet altijd vanzelfsprekend zo lijkt het: Cass. Civ. 1' 12 maart 2002, nr. 99-15711, Bull. civ. 2002 I, nr. 92, p. 71.
Stoffel-Munck 1999, nr. 381: 1...) den ne fait dépendre la qualification (als `abusive') d'une appréciation relative au comportement du défendeur.'
Calais-Auloy 2006, p. 193: 'Le caractère abusif d'une clause est donc, en droit franQais, purement objectifi ii n'y a pas à juger le comportement subjectif du professionnel (...), le manquement à la bonne foi.' Omstandigheden die wijzen op kwade dan wel de goede trouw bij de gebruiker zijn van belang bij de wilsgebreken en niet bij de toetsing van algemene voorwaarden: Cass. Civ. 1' 29 oktober 2002, nr. 99-20265, Bull. civ. 2002 I, nr. 254, p. 195.
243. De collectieve actiemogelijkheid bestaat al sinds 1988.1 De bijbehorende inhoudstoetsing door de rechter (art. L.421-6lid 2 C.conso.) is ontstaan door omzetting van art. 7 lid 2 richtlijn. Daarvoor betrof een verbodsactie bij de rechter slechts bedingen die al eerder door decreten waren verboden en veelvuldig werden gebruikt. De toets uit art. L. 132-1lid 1 is met het oog op de gezichtspunten uit lid 5 concreet bedoeld — de woorden 'onverminderd artikel 7' uit art. 4 lid 1 richtlijn zijn niet omgezet — maar hiervan heeft de rechter bij de collectieve toets geen hinder ondervonden Dit bevreemdt niet daar bij de individuele toetsing de `omstandigheden rond de contractssluiting' evenmin een rol van betekenis spelen. In haar collectieve tegenhangster spelen de vergelijking met het wettelijk kader en de overige inhoud van de overeenkomst ook de hoofdrol. Daarnaast is er binnen de collectieve toets ruimte voor het type contract en beding, de geobjectiveerde belangen van partijen2 en het transparantiebeginsel (grootte van het lettertype en plaatsing van het beding in het contract).3
Organisaties in de zin van art. L.421-1 e.v. C.conso., waaronder UFC Que Choisir, zijn zeer actief. Sinds de omzetting van de richtlijn komen collectieve toetsingen van bedingen vaak voor. Hun aandeel in, en invloed op de Franse jurisprudentie is groot. Hoewel de uitkomsten van een collectieve toets niet automatisch van toepassing zijn op reeds gesloten individuele contracten, vertoont de praktijk een ander beeld.4 De uitkomsten van de collectieve toetsing hebben wel degelijk een sturende werking ten aanzien van de individuele toets (par. 4.3.4).
244. De rechter moet in een individuele zaak de `circonstances de la cause' (de `cause' betreft hier het 'geval' en niet de oorzaak) mee laten wegen om vast te stellen of een beding oneerlijk is. Doet de rechter dat niet, dan ontbreekt het zijn beslissing aan een 'base légale'.5 Dit was al het geval onder de 'oude' toets.6 Ook als er feiten worden gesteld die het beding rechtvaardigen, dan dient de rechter deze in zijn toetsing te betrekken.7 Toch is de Franse toetsing aan de open norm ook in individuele zaken vaak vrij abstract. Ten eerste worden in individuele zaken al met al weinig specifieke omstandigheden gesteld die niet rechtstreeks de inhoud van de overeenkomst betreffen, zoals de omstandigheden rond de totstandkoming van de overeenkomst. De rechter legt ten tweede veelal de nadruk op de `contrepartie' of de vergelijking met het wettelijk kader. De rechter heeft weinig `circonstances' nodig om een beding op zijn oneerlijkheid te beoordelen. De stelplicht van de partijen is dan ook beperkt. Een beding kan worden uitgeschakeld ook als er geen concrete feiten door de consument worden gesteld behalve dat het beding hem een recht ontneemt (of de gebruiker een voordeel verschaft).8 Een contractuele compensatie of de overeenstemming met de wet volstaat andersom vaak om het beding als geldig aan te merken.9 Ten derde wordt de toetsing in een individuele zaak regelmatig losgekoppeld van de specifieke omstandigheden rond de consument. Gestelde persoonlijke omstandigheden worden dan geobjectiveerd.10 Dit is vanuit het perspectief van de consumentenbescherming een goede zaak wanneer concrete omstandigheden op de eerlijkheid van het beding wijzen.11
De collectieve en de individuele toetsing kunnen in hun respectieve aanpak soms moeilijk worden onderscheiden. Een veralgemenisering van de toetsingsuitkomst is bij beide mogelijk. De bestuursrechtelijke toets is voorts altijd abstract.12
245. De subjectieve goede trouw van de gebruiker speelt verder geen enkele rol. Hiervoor is gelet op de Franse normdefinitie ook nauwelijks plaats.13 Het beginsel is niet omgezet in art. L.132-1. De aanwezigheid van een aanzienlijke verstoring impliceert dat de gebruiker in strijd met de goede trouw handelt. Het procedurele criterium uit de 'oude' toets werd voorafgaand aan de omzetting van de richtlijn al geobjectiveerd en inherent geacht aan de schending van het inhoudelijke criterium.14 Het gedrag van de gebruiker wordt bij de toetsing aan art. L. 132-1 niet beoordeeld.15 Laat staan dat zijn intenties een rol spelen.16 Wanneer aan de (procedurele) goede trouw gelieerde omstandigheden een rol spelen, gaat het hoofdzakelijk om objectieve omstandigheden betreffende de presentatie van bedingen en de opstelling van het contract.