Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/6.7.1:6.7.1 Balanstest
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/6.7.1
6.7.1 Balanstest
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS402344:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 6.3.1. Hierna wordt slechts ingegaan op twee van de drie in § 548(b) neergelegde vormen van financieel zwaar weer, te weten ‘insolvency’ en ‘unreasonably small capital’. De derde vorm (‘intent to incur debts beyond ability to pay’) wordt slechts zelden door curatoren en crediteuren gebruikt om overdrachten te vernietigen.
§ 101(31)(a) BC.
Zie Stearn & Kandestin 2011, p. 173.
Zie Stearn 2007, p. 369.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als vaststaat dat een overdracht niet tegen een gelijkwaardige vergoeding heeft plaatsgevonden, rijst de vervolgvraag of de vennootschap ten tijde van de overdracht zich in financieel zwaar weer bevond in de zin van § 548(b).1 Zo kan de curator de overdracht aantasten indien de vennootschap ten tijde van de overdracht insolvent was, of daardoor werd. De Bankruptcy Code definieert insolventie als de “financial condition such that the sum of such entity’s debts is greater than all of such entity’s property, at a fair valuation.”2 Hoewel deze test door velen wordt aangemerkt als een balanstest, is de balans slechts het beginpunt bij de vaststelling van insolventie.3 Deze vaststelling moet geschieden op basis van de werkelijke waarde van de activa en passiva van de vennootschap. De door Amerikaanse vennootschappen gehanteerde accountancystandaarden (US GAAP) schrijven echter voor dat activa moeten worden opgenomen tegen hun historische (aanschaf) waarde waarop elk jaar een bepaald bedrag dient te worden afgeschreven. Deze waarde weerspiegelt dus niet altijd zonder meer de werkelijke waarde van het actief. Uit de rechtspraak blijkt dat onder de werkelijke waarde het bedrag wordt verstaan dat verkoop van het actief binnen een redelijke termijn zou opbrengen.4